Door Dirk Swierstra

Home | Bijnamen | Branden | Draaiorgels | Kerken | Kunst | Molens | Parken | Reclame uit Leeuwarden | Scholen | Straten | Ziekenhuizen | Wie weet...? | Nieuws | Links | Gastenboek | Contact

 

Bijnamen van Leeuwarders


Hieronder vind u een lijst met bijnamen van inwoners uit Leeuwarden.

Deze lijst is bij lange na niet kompleet. Ook is niet altijd bekend wat de echte naam was van de persoon die in het

Leeuwarden van toen gebukt ging onder de vaak niet al te vlijende bijnaam. Ook is niet altijd bekend hoe deze

bijnamen zijn ontstaan. Aanvullingen op deze lijst zijn dan ook altijd welkom.


99-100: Zie Een twee Hupsakee (Hoepsee).

 Aafke Plattekoek:
Ook wel Vrouw Plattekoek, en Ulebauk. Woonde in het Heer Ivostraatje. Liep met een blauw
 bakkerskarretje en ventte koeken uit. Haar favoriete kleur was blauw, haar karretje en ook de koektrommels waren
 blauw van kleur.

     Aaltsje Pang: Echte naam Alida Corpier. Zij was de vrouw van Johannes Corpier, bijgenaamd Pang. Haar man had
    dus een mooie Franse naam. Waarschijnlijk dachten daardoor vele Leeuwarders dat hij van adel was. Zijn vrouw
    werd dan ook voor een barones of een gravin aangezien. Aaltsje is op 1 oktober 1913 verdronken aan het
    kalverdijkje, vlakbij de boerderij van Tijsma. Aaltsje kon mooi zingen (meestal vrij schuine liederen), als mensen
    tegen Pang zeiden dat zijn vrouw goed kon zingen, zei Pang “Ja, maar ze vreet nog beter”.

     Aapmens, Het:

     Acht en dertig zoveel:
Een meneer, die zijn bijnaam te danken had aan zijn koorts: “Dan heb je zomaar weer
    acht en dertig zoveel”.

     Abe Prak: ook wel Abe Tompoes. Zijn beroep was loswerkman hij heeft zijn bijnaam Prak gekregen in het
    werkkamp tijdens de tweede wereldoorlog, hij klaagde altijd over maagpijn en kreeg dan aangepast eten. En als die
    andere jongens wat overhadden dan at hij het op. De naam Tompoes kreeg hij tijdens zijn werk, hij was moest
    altijd twee tompoezen bij de koffie.

     Abe Tompoes: zie Abe Prak

     Admiraal, De: Zie Knikker op dak.

     Aebe Platneus:

     Age de Boef:

     Age Protter:

     Age de Wap: Het verhaal gaat dat deze kelner „Oergrieselijk“ sterk was. Hij moet tijdens een confrontatie met
    Duitse militairen in de boterhoek zijn doodgeschoten.

     Akke Kaart: Ook wel Akke van ’t Vliet. Was kaartlegster op het  Vliet

     Akke de Kruk: Echte naam Akke Schuitmaker. Woonde in de Amelandsstraat, waar zij een snoepwinketje had.
    Zij liep ook met een groentekar en steunde op een kruk.

     Akke van ’t Vliet. Zie Akke Kaart.

     Albehoeder, De: Echte naam Serphaas Wigersma. Was een winkelier in hoeden (pettenmaker) op het Naauw
    nummer 17.

     Alleen op de wereld: Een onderwijzer met een kaal hoofd en, helemaal alleen, een wrat.

     Amekpyr: Echte naam Henk Rijpkema. Artiestennaam voor een amateur goochelaar. Overleden in 1985.

     Angebreiden haar: Man met een wel zeer merkwaardige bos haar.

     Angeklede keers, De:

     Animani: Ook wel Cohentsje. Echte naam Salomon Cohen. De vader van Roosje en Elisabeth (Betje) Cohen.
    Hij was schoenpoetser van beroep met een standplaats bij het station. Vroeg een klant wat hij schuldig was,
    dan antwoordde Animani: "De vorige meneer gaf een kwartje...".

     Anne de Wiekel: Een sjouwerman die bij Foppe Huisinga aan het vliet werkte.

     Anneke met de kletskop:

     Anneman en Mieke: Een echtpaar uit de Zoutkeet, dat zich o.a bezighield met het wieden van de straat bij
    scholen. De jeugd zong: "Annemanne-Mieke, de kat is dood, pak hem bij de staart en gooi hem in de sloot".

     Anne met de gaffel: Ook wel Petroleum Wiefke. Echte naam Rinske Breeden-Warrink, curieus genoeg heette
    haar zuster Anne. Vrouwtje, dat met een petroleumkarretje liep. Heeft o.a. in de Spanjaardsstraat gewoond.

     Anne met het neuske: Bekende vrouwelijke gast in het café van Sperling op de hoek van de Nieuwekade en
    de Amelandsstraat.

     Apen, De: Twee zusters, die in de Breedstraat een bonbon- en snoepwinkeltje dreven. Een van de Apen was
    met De Geit getrouwd.

     Appelonia: Zie: Trientsje over de hoed.

     Appelsiene Matte: Voornaam Martha. Liep met een oude, piepende kinderwagen met een paar platte kistjes
    met sinasappels. Toen kwajongens eens de wagen omgooiden en de sinasappels her en der rolden barstte
    Appelsiene Matte in huilen uit.

     Appelsmots: Woonde in het buurtje Pietersburen.

     Arabier, De: Echte naam Velsink. Tekenleraar Rijks H.B.S.: pikzwart haar, een snor en een sik. Hij had een
    olijfkleurig huid, en werd daarom De Arabier genoemd.

     Arie Bombarie:

     Armen en Benen: Zie De Orgeldraaier.

     Ate Pislap: Woonde in de Bontepapesteeg. Op een eerste kerstdag ging er een gerucht door de stad: “Ate
    sien moeke is deur Ate sien vader vermoord”.

     Atletische dominee, De: Echte naam Zelle. Een predikant, die men in het holst van de nacht in de buurt van
    zijn woning in de Gysbert Japicxstraat hardlopend kon tegenkomen. Zat ook wel op de racefiets en zwom
    ’s zomers vrijwel dagelijks in de Grote Wielen.

     Au, mien oog: Kreeg bij ruzie om een meisje een klap op z’n hoofd, riep “Au, mien oog!” en verwierf zich meteen
    een bijnaam.


Auke de sloper
:
Echte naam Auke Visser woont op het adres Insulindestraat 170. hij is van beroep sloper. Auke heeft ook enige tijd in Amsterdam gewoond, waar hij op het Waterlooplein handelde, daar stond hij bekend als
BOERE AUKE
Auke visser was bij een intocht van sinterklaas: Een vrouw zei tegen Auke: Buurman Auke mut vanavond oek maar even de schoen zette! waarop Auke antwoordde met: Ja op de Weaze!

     Auke de Tosk: Sjouwerman van het Vliet.

     Auto Willem: Echte naam Willem van der Plaats. Dankte zijn bijnaam niet in de eerste plaats aan het feit, dat hij
    zich graag aanbood om, overal waar het hem uitkwam, op geparkeerde auto’s te passen, maar vooral aan zijn enorme
    kennis van automerken. Wie Auto Willem vroeg welk merk automobiel er naderde kreeg gegarandeerd het juiste
    antwoord.

     Baaie Flud: Zachtaardig oud vrouwtje echte naam Baukje ? Zij woonde in een steegje aan de Gedempte
    Keizersgracht, later woonde ze in Luilekkerland aan de Nieuweburen. Zij had een foxhondje met de naam Fanny,
    als een onafscheidelijke vriend. Wanneer jongens haar plaagden pakte Baaie Flud het hondje bij de voorpoten op,
    zodat het beestje op de achterpoten moest lopen; juist dit schouwspel vermaakte de jongens het meest.
    Als jong meisje erfde ze wat geld, daarvoor liet zij haar verloofde studeren, na zijn studie zou hij met haar trouwen.
    Toen hij afgestudeerd was, en een goede baan had, trouwde hij met een ander. Daarna is Baukje nooit meer de
    oude geworden. Hij ex-verloofde woonde in een mooi huis waar zij uren voor kon staan, en aan een ieder vertelde
    dat daar haar man woonde, ze waren niet getrouwde maar voor god was hij haar man. Hij is snel uit Leeuwarden
    vertrokken. Eens moet Baaie Flut in de Westerkerk tijdens een godsdienst-oefening hebben geroepen: “Ik sing nooit
    gesangen” wat een grote consternatie in de kerk gaf, tot men ontdekte dat Baaie Flut was deze uitspraak had
    gedaan.

     Baas Pruum: Was een pottenbakker aan het Vliet. Hij woonde zelf aan het Cambuursterpad.

     Bakvisje, Het:

     Balsteen, de: Caféhouder aan Achter de Hoven, die ook straatmaker was.

     Barbarossa: Echte naam Brouwer. Had een rossige baard. Was leraar Duits aan de Rijks H.B.S.

     Barendje Gladneus: Een joodse jongen van de Put, die eens z’n baard liet groeien. “Allemaal haar, alleen de
    neus bleef glad”.

     Barg, De: Zie De Big.

     Bargesieker, De: Was een veedrijver.

     Baron, De: Een sigarenmaker.

     Barones, De: Echte naam Hinke IJsselstein. Zonderling vrouwtje. Is in 1970 in haar huis aan de Gijbert Japixcstraat 
    op gruwelijke wijze vermoord. Was een drankzuchtig wijfje, dat met lucifers ventte, kreeg de eervolle bijnaam De
    Barones.

     Barre: Echtenaam Barend (Barre) Bleijenga, ook zijn zoon droeg deze naam. De vader werd ook wel Lange Barre
   
genoemd. Stonden met een koekhakblok op de kermis, had ook de Kop van Jut. Lange Barre kon dus verklaren
    “Barre het het langste spul vanne hele kermis”.

     Bartele Peerdeoog: Een bewoner van de Amelandsstraat. Had ogen zo groot als die van een paard

     Bats, De:

     Bauke Gluton:

     Beeldsjekoopvrouw, De: Ging de boer op om beeldjes te verkopen.

     Beer op sokken: Echte naam De Beer. Een zeer sterke man, die zijn bijnaam dankte aan zijn eigen naam, en
    aan het feit dat hij vaak op sokken liep. Werkte bij de cementhandel van Vermeulen en voer op een praampje van
    Leeuwarden naar Dokkum.

     Bees, De:

     Bekerke: Was een meisje, dat door haar onderwijzer zo werd genoemd, omdat haar echte naam Kroes was.

     Bekker Hopsasa: Bekker was dansmeester in Leeuwarden, zijn broer was orkest directeur van de Groninger
    harmonie. Om de twee broers te onderscheiden werd de ene Bekker Hosasa genoemd en de andere:

     Bekker Tralala: Zie Bekker Hopsasa.

     Belig vol dienstjaren: Werkte bij de spoorwegen.

     Bennie: Leraar biologie aan de Rijks H.B.S. Hij was getrouwd met Tante Lels, een lerares aan de Meisjes H.B.S.

     Berend acht en tachtig: Had een petroleum- en turfwinkeltje naast het Hofje Goosen aan de Boterhoek.
    Gooide turven in een mand en telde ze “Vijf en tachtig, zes en tachtig, zeven en tachtig”. Op dat moment
    gooiden jongens een sneeuwbal en riepen “Berend acht en tachtig”.

     Bereknokker, de: Zie Rienk de Bereknokker.

     Beroerde Middag:

     Betje de Kunstemaker: Echte baan Engelbertus Johann Berger. Een jongeman die bekend stond om zijn
    acrobatentoeren. Fietste eens achterste voren van Zwartewegsend naar de stad.

     Bettes de Neus:

     Bettus Ooievaar:

     Beschermer, De:

     Beweeglijke, De: Zie De Orgeldraaier.

     Big, De: ook wel De Barg. Echte naam F. Heijmans, leraar aan de U.L.O. aan de Wissesdwinger, werd zo door
    de leerlingen genoemd.

     Bijpoot:

     Bilde Ritske: ook wel Swatte Hanke. Woonde in de Fabriekssteeg. Bilde Ritske is afgeleid van de vroegere
    bijnaam van Charly Chaplin. Al er voor 1920 een film van Charly Chaplin draaide in de Leeuwarder bioscoop stond
    voor de bioscoop een levensgrote poster van hem. Met daaronder in grote letters Billy Ritschie (of Ritchy). Deze
    man was meubelmaker van beroep, en woonde in de fabrieksbuurt, is later naar Hilversum vertrokken.

     Billeritske: Een schipper aan het Vliet met een opvallend dik achterste. Droeg altijd een “pillowse” broek. Werd
    kwaad wanneer de jongens riepen: “Billeritske, tra la bam”

     Blanke Buukje, Het: Ook wel Het Buukje. Woonde in Pietersburen. De dokter zei "vrouw, vrouw, wat hewwe
    jou een blanke buuk!" 

     Blank om een: Echte naam Jan van Wier. Een sigarenmaker met zijn werkplaats in de Wolvesteeg, die als jongen
    door het gooien van een steen een oog verloor. Zat op de sigarenfabriek met het ene oog dicht en het andere
    open. Toen noemde zijn maten hem Blank om een, naar het dobbelspel.

     Blauwe, De:

     Blauwe Bettus: Posteerde zich bij het station om koffers te dragen. Was altijd keurig gekleed met nieuwe pet
    op en een blauw gestreepte boezeroen. Begon de dag met het nuttigen van een borreltje in de Pauw, waarbij de
    kelk werd opgetild met behulp van een rode zakdoek om de hals – anders trilden de handen te veel. Was ook
    sigarenmaker.

     Blauwe Donau:

     Blauwe Hannes: Ook wel De Kikvors. Echte naam Johannes (Hannes) Wilhelmus van Dijk hij was sigarenmaker
    van beroep. Hij was een spiritus drinker, en was getrouwd met Roosje Cohen. Overleden te Meppel op 23 oktober
    1970.

     Blauwe Jan:

     Blauwe Janke:  Echte naam Dijkstra.

     Blauwe Leen:

     Blauwe Lijster, De:

     Blauwe Matje: Deze lag met een appelschip tegenover de Leeuwarder Courant. Zijn zoon werd Meleurtje
    genoemd.

     Blauwe Nico: Echte naam was Klaas van Lunzen. Zijn beroep was schillenboer, hij dronk nogal.

     Blauwe Sjoerd: Echte naam Sjoerd Schaaf. Kroeghouder aan de Nieuweburen. Zijn broer had een soortgelijke
    zaak aan het Ruiterskwartier. Toen Blauwe Sjoerd er eens moest oppassen en de klanten het op sluitingstijd
    vertikten de deur uit te gaan, pakte hij een tuinslang en spoot ze letterlijk de straat op.

     Blazer, De: Ook wel Poe Poe. Zie Hijgend Hert.

     Blikken Dominee, De: Echte naam Visser. Man met een lange baard, vader van De Blikkene. Had een turfzaak
    aan het Vliet. Was ook bij het Leger des Heils, en preekte wel op straat. Hield af en toe halt met de turfkar en
    sprak dan de omstanders toe. Hij had een broer, die Een twee hupsekee, of Negen en negentig honderd werd
    genoemd

     Blikkene, De: Ook wel Jan Blikkene, was een zoon van de Blikken Dominee.

     Blonde Lady, de: Zie Trien Poppelap.

     Blonde Tortel, De:

     Blubber, de: Echte naam Hendrik Flisijn, hij was een broer van Het Pastoorke.

     Bocheltsje, Het:

     Boef, De: Kwam wel eens aangeschoten thuis en sprak dan zijn vrouw aldus toe: “Wat wuust nou, ruzie of in
    goedens?”

     Boem Boem:

     Boeienkoning, De: Echte naam Douwe Bijlsma, hij was een zeer bekende artiest van de straat, die leefde van
    1894 tot 1967. Lange tijd de oudste nog werkende acrobaat in Nederland. Noemde zich aanvankelijk Kapitein
     Nero
, maar ook wel De Friese Fakir
Man van Graniet, en zelfs De Doodsverachter. Had ook de bijnaam
     "Slappe Douwe
”.

     Boere, De: Ook wel De Boerekerel. Onderwijzer aan de Mulo, Wissesdwinger.

     Boere Auke, De: Zie Auke de Sloper.

     Boerekerel, De: Zie De Boer.

     Boerekoolvreter, De: Woonde in de Barent Fockesstraat. Had tijdens een jaarwisseling een grote pot boerenkool
    met worst op tafel te staan.

     Boere Tjits: Een bekende figuur op de Oude Veemarkt, die de koeien melkte.

     Boevevanger, de:

     Boffert, De: Een opperman, die bij een weddenschap een hele trommelkoek, een boffert opat.

     Bok, De: Was een pottenbakker.

     Bokje, Het: ook wel De Bult: Was een dansleraar die les gaf in een café op de  Groningerstraatweg, later
    verhuisde hij naar het Schavernek.

     Bokke Pruum: Ook Pake Pruum een klein kereltje, die met het schuim op de mond de jongens nazat, wanneer
    ze hem plaagden: “Bokke Pruum sabbelt oppe duum, sabbelt oppe pink, bokke stinkt”. Riep soms: “Ik sal die
    doadkniepe!” en dreigde ook wel: “Ik sal die met een mes inne belich steke, da’st bloed braakste!”. Woonde in de
    omgeving van het Noordvliet-Slot.

     Bokkehoer, De: Een ondernemende figuur van de Groningerstraatweg. Hield er nogal wat bokken en geiten op
    na. Reed met een oude wagen van de paardentram passagiers naar o.a. Zwartewegsend en de Marssumer kermis.
    Er was een bekend zegje: “de bokkeboer sien knol slaat wel eens op hol”.

     Bokkes met neuzen: Echte naam Van der Ploeg. Zij woonde in het Gouden Huuske aan het Zuidvliet. (Nu
    Bote van Bolswertstraat). Vrouw ventte met een kistje met Lemster gedroogde bokkingen, die tamelijk klein
    waren, maar opvallend grote koppen hadden. Kinderen tikten bij haar op de ruiten en riepen: “Bokkes met neuzen,
    koppen as reuzen!”. Bokkes met neuzen droeg al heel jong een gehaakte witte beppemuts.

     Bomma: Ook wel De Knieperkoning. Had een handeltje in knijpers.

     Bonaparte:

     Bongel, De: Ook wel De Bongel inne broek. Hij was getrouwd met een vrouw, die De Vingerbieter werd
    genoemd.

     Bongel inne broek: Zie De Bongel.

     Bonne: Zie ook Bonne Poeske en Wu da’k een gulden had.

     Bonne Poeske: De vader van Bonne van der Zee was scharenslijper van beroep, de bijnaam van Bonne’s
    vader was Professor Bombarie. Zie daar. Bonne liep dan langs de deuren om de scharen en messen op te halen
    (en terug te brengen). Als er dan kinderen de deur open deden stuurden ze de kat op hem af en dan was hij weg,
    hij was als de dood voor katten. Ook wel Wu da’k een gulden had. Zie daar.

     Bonneseur, De:

     Borre, De:

     Boter kaas en eieren:

     Brandewientsje: Woonde aan het Vliet in de duivelshoek; niet te verwarren met Ouwe Tietsje.

     Brandskiet:

     Brandt een Lichtje, Er: Een blinde vrouw, die in de Boterhoek in het logement De Vriendschap woonde. Haar
    zoon bracht haar geregeld naar het zuiderplein, waar zij lucifers verkocht.

     Breibek, De:

     Brievenbus, De: Ook wel De Snot. Een figuur uit de Boterhoek, die altijd met de mond open liep.

     Bril zonder glazen:

     Broeder Kwaadvermoeden: Was een ambtenaar bij de belastingen.

     Broekopbiendster, De: Veel gebruikte aanduiding voor vrouwen die op de bewaarschool kinderen na hun
    toiletgang moesten helpen.

     Buffel, De: Een "oester" van een kerel, hij was bargedriever op de veemark. Werd ook wel als De Dubbele
    aangeduid.

     Buffel, De: Ook Platneus. Was leraar beroep.

     Buffel, De: Zie Jentsje Tit.

     Buffelo Bill: Een man uit de Steenhouwerij. Droeg een grote snor.

     Bufrouw Botsje: Woonde in het IJsbaankwarter.

     Bufrouw Gras: Woonde in de Molensteeg. Kon heel mooi bedelend oud vrouwtje of baby in de kinderwagen
    imiteren.

     Bufrouw wat is mien bokje min: Woonde aan het Vliet.

     Bully:

     Bult, De: Zie Het Bokje

     Bult, De: Een onderwijzer zonder bult, hij was alleen wat gedrongen.

     Bultsje: Een onderwijzer met een enigszins gebochelde rug.

     Buske Vlees:

     Buukje: Zie Het Blanke Buukje.

     Buurkevreter:

     Centerse Joodsje, Het: Echte naam Cohen. Hij woonde tegenover de Synagoge in de Sacramentstraat. Had
    een winkeltje waarin hij allemaal kleinigheden voor een cent verkocht.

     Chamberlain: Een venter die langs de deuren ging. Hij woonde in de Duvelshoek aan het Noordvliet.
    Waarschijnlijk genoemd naar een Britse politicus die een rol speelde tijdens de oorlog in Transvaal.

     Charley: Leraar Frans op de G.H.B.S. Leek wel wat op Charley Chaplin.

     Cichoreikoning, De: Hij woonde op het Oldeglileen. En hij werkte bij de Cichorei-fabriek van Bokma de Boer aan
    de Dokkummertrekweg. Had ook een snoepdiske bij het Pieterseliewaltje.

     Clown, De: Echte naam Willy van Dijk.

     Cocosneut, De:

     Cohentsje :
Zie Animani

     Cowboy, De, ook wel Ome Red je: Echte naam Bron, hij was sigarenmaker van beroep, die een paar jaar in
    Canada al cowboy werkzaam was geweest. Eens stond er in Leeuwarden en wagen met een Leeuw, 's nachts
    brulde deze leeuw een heel hevig, men hoorde daarop een plons, van iemand die in de sloot sprong. Daarop riep
    de cowboy uit “red je”, later bleek een paard, welke van die brul was geschrokken, in een slot was gesprongen. 

     Dag en nacht opzichter, De: Ook De Stille Omgang. Oud Gemeenteambtenaar, die –niet altijd even spraakzaam-
    op vrijwel alle uren van het etmaal in de stad was te zien. Overleden in 1985.

     Dakotter: Echte naam Otter, maar hij was van beroep Schoorsteenveger.

     Dikke Martha: Zie Lydia Bom.

     Dikke Mok: Echte naam De  Vries. Een klein gezet mannetje woonde aan het Ruiterskwartier, bij het Schavernek.
    Er werd van hem verteld dat hij zo graag roeken at.

     Dikke Simplex: Echte naam Simplonius, hij was onderwijzer aan de De Ruyterschool (Gemeenteschool 2) aan de
    Sint Anthonystraat.

     Dikke Willem, zie Kop en Lippen.

     Doede Pikelvlees:

     Doen we toch: Zie Kleine Piet.

     Doet um niet seer: Een mantsje met een kar met steengoed door de straten trok. Altijd wanneer hij - tegen wil
    van de moeders de vingers van een klein kindje vastgreep, mompelde hij: "Doet' m niet seer...".

     Doodsverachter, De: Zie De Boeienkoning

     Dokkumer Inktpot, De: Was een kleine wat mismaakte notaris. Tijdens een door hem geleide verkoping in Dokkum
    stond er een inktpot voor hem, daarop riep iemand uit de zaal “zet de inktpot opzij, we zien de notaris niet”.

     Dokkumer Kee:

     Dokkumer Willem:

     Dokter, De: Heeft bij de Frico gewerkt.

     Dokter Uffelie: Een groenteboer, die, net als de gelijknamige arts, altijd op pad was, ook 's nachts.

     Douwe Luus: De baas van wat wel werd genoemd Het Luzehotel aan het Sint Jobsleen.

     Dove Jan: Zie Sikke de Kaetser.

     Dove Jelle: Winkelier op de hoek van de Nieuwestad en de Sint Jacobsstraat. Verkocht potten, pannen en
    snuisterijen, maar alleen dan wanneer het hem zinde. Poeierde vaak klanten af met de mededeling: “Dat is voor jou
    niet te koop”, of “Dat is veul te duur voor jou”. Heeft zich in de kelder van zijn winkel opgeknoopt.

     Dove Marcus: Echte naam Marcus Lageweg was getrouwd met Aaltje Postma (Marcus-Aal. Marcus had een
    verhuurinrichting van bootjes aan het Noordvliet. Maar hij bemoeide zich niet met de verhuur dat werd door zijn
    vrouw gedaan. Hijzelf werd ook wel Dove Marcus genoemd omdat hij hardhorend was, maar ook Rachel in ’t oog,
    omdat hij een “raar” oog had.

     Draaikont, De: Een bewoner van het Vliet, die op zijn tenen liep.

     Drie Musketiers, De: Drie broers, echte namen Joke, Siep en Rein Boomsma deze woonden in de Azaleastraat.
    Ze liepen altijd in een bepaalde slagorde door de stad: twee voorop, de derde er een eind achteraan.

     Dronken Driekus: Een echte geheel onthouder.

     Dubbele, De: Zie De Buffel.

     Dronken Droppie:

     Dronken Jan:

     Dubbeltsje oppe kop, voor: Echte naam Jochum Duurken. Zeer bekende figuur, die voor een dubbeltsje op z’n
    kop ging staan of –altijd aan de goede kant- van een brugleuning afsprong. Ook wel: Jochum oppe kop. Geboren
    in 1898 Overleden te Franeker in 1978.

     Dubbele Zes:

     Durk Hak: Echte naam Dirk Zeper, deze was burgemeester van Leeuwarden en was voorstander van het omhakken
    van de kastanjebomen aan de Spanjaardslaan.

     Durk Strieboer: Zie De Stiekelsnor.

     Duumke: De oprichter en exploitant van 'De Eerste Leeuwarder Griezelkelder, annex het Oord der Historie' op de
    hoek van de  Tweebaksmarkt en de Koningsstraat. Werd ook wel als Wiepie de Navelkoning aangeduid.

     Duumke: ook wel Jan Duumke. Zie Jan Duum.

     Duustere, De:

     Dwangbevel, Het: Was een gemeenteontvanger.

     Eeksuper, De:

     Eelemuus:

     Een twee hupsee, Ook wel 99-100 genoemd: Een blikslager, die woonde in de Ketelsteeg bij het Vliet. Was een
    broer van de Blikken Dominee.

     Eerpeltsje op ’t hoofd:

     Eibert Eike: Zie Lytse Eibert.

     Einebie:

     Erdalkoningin, De:

    Even later as su pas: Deze persoon bewaakte auto's bij hotel De Klanderij. Al men hem vroeg hoe laat het
   het was, kreeg men als antwoord: "Even later as su pas.

     Fansels: Ook wel Wouda vansels. Echte naam J. Wouda, een sigarenwinkelier aan de Wirdumerdijk die om de
    haverklap het stopwoord fansels hanteerde.

     Festand op nul:

     Fetjeud, De:

     Fette Panne, De:

     Fettepanne skuunsmeer :

     Flepper, De: Was al op leeftijd toen hij zei:" Ik bruuk mien vrouw nog elke avond, ik kan niet anders."

     Flieberke:

     Fliegje:

     Flippes met de hoge hoed: Een sinasappel handelaar uit de Sacrementstraat. Droeg altijd een hoge hoed.

     Flodder, de:

     Foddesaakje: Haar echte naam was Saakje Procee zij had een pakhuisje in de Amelandstraat en woonde zelf in
    het Hoeksterachterom. Het was een vinnig vrouwtje dat in vodden handelde. Toen ze was begraven bleek dat ze
    samen met een ander 100.000,-- gulden had gewonnen. Ze werd (een paar maanden na haar dood) opgegraven en
    op een duurdere plaats herbegraven.

     Flodder, De:

     Fogeltje Bosch: Echte naam Gerrit Bosch. Ornitholoog en oprichter van het Fries Natuur Historisch Museum.
    Broer van Potloodsje Bosch.

     Fokke Geitsje: Echte naam Fokke van der Veen. Een straatventer in vis, ook wel met groenten. Nam vanuit zijn
    vroegere woonplaats Wijns zijn bijnaam mee naar Leeuwarden.

     Franeker Bet: Was een pensionhoudster in de omgeving van het Hoeksterpad. Woonde in poortje bij
    Hoeksterachterom.

     Frans Hals: Echte naam Frans de Groot, slager in de Kleine Hoogstraat op de hoek van de  Speelmanstraat),
    geboren in 1870, overleden in 1936,of '37. Een slager met een opvallend lange hals.

     Friese Fakir, De:
Zie De Boeienkoning

     Friezinnetje, Het: Echte naam Dirk de Groot een bakker die in de Gloppe in de Poststraat oliebollen bakte, en ze
    daarna met een grote bakfiets uitventte in de stad. Zeven voor een dubbeltje, 18 voor een kwartje. Aan de
    voorkant van zijn bakfiets had hij een boord van een “levensgroot” Friezinnetje.

     Finkje Baaie:

     Fuchs: Leraar Duits aan de Rijks H.B.S. Dankte zijn bijnaam aan zijn werkelijke naam.

      Fugeltsje Tsjeard: Een Ornitholoog; bekend door zijn collectie eieren. Woonden in “it Teapertsnest” aan de
     Spanjaardslaan.

     Galgebekje, Het:

     Galgebet: Ook wel Joadebet en Tante Bet. Echte naam Betje de Vries-van Cleef, ze woonde in de Boterhoek, en
    handelde in vodden (liep ook wel met een kar met galletjes). Ze was een tante van Roosje en Betje Cohen).
  
     Gans, De: Een sigarenmaker.

     Gebradene Haan, De: Vertelde vaak, dat hij zo graag gebraden haan lustte.

     Geef mie de jas: Ook Pater Arie en De Patterarie. Werkte bij de wagenmakerij van Doodkorte bij de Oldehove.

     Geertje Groenekraag:

     Geertsje Zeeskip: Zie Het Skip.

     Geit, De: Joodse handelaar in sinasappelen, die in de Breedstraat woonde. Hij ventte ook veel bij het Diakonessenhuis.
    Was getrouwd met een van De Apen.

     Gekke David: Echte naam David Velleman geboren in 1888.

     Gekke Germ: Een schillenboer, die met een handkar liep. Broer van De Greate Pierexpress.

     Gekke Ytsje: Woonde Achter de Witte Hand. Droeg een spoorkorfje met daarin een flesje. Hield kinderen aan:
    “Hewwe jim oek een cent?” Als ze voldoende centen (8) had kocht zij het flesje vol. Ytsje droeg altijd een lila
    kapothoedje.

     Generaal, De: Werkte tientallen jaren bij de post.

     Giegel, de:

     Giro, Jan: Echte naam Jan Smedinga, Hij werkte ooit bij de Post Cheque en Girodienst (nu Postbank) nam daarna 
   
de artiesten naam Jan Giro aan.

     Gladde Panne, De:

     Gocheme Sampie: Handelde in vodden, had zijn pakhuis in de Amelandsstraat.

     Goeie Gever, De: Echte naam Johannes Rerard Peeting deze was kantonrechter van beroep, en heeft veel
    Leeuwarders wegens dronkenschap veroordeeld. Zijn zoon J.G. Peeting stond bekend als “Zeun van de goede gever”.

     Gosse met de Bult: ook wel Gosse de Bult. Echte naam Gosse Miedema een mismaakte groenteman, die zo klein
    was, dat hij niet over zijn kar kon heenkijken. Hij liep er daarom naast en had een trekhond onder de kar.

     Gouden Nienkes, De: De leden van het gezin Norberhuis, dat o.a. in de Blokhuissteeg en aan de Boterhoek heeft
    gewoond.

     Goudsjebloem:

     Grandseigneur, De: Probeerde op de kermis het publiek naar binnen te praten: “Hier is vermaak, hier moet je wezen”.
    Droeg dan een hoge hoed en had witte handschoenen aan. Was ook visboer met een winkeltje in de Weerklank.

     Greate Pierexpress, De: Deed particulier bezorgwerk. Moest ergens een doos met kippen brengen. Toen hij de
    doos in de Oude Oosterstraat liet vallen stoven de kippen alle kanten uit. “Ha, ha” schaterde de Greate Pierexpress,
    die altijd lachte. “ze wete niet eens waar ze heen mutte, ik hew het adres inne buse”. Hij was een broer van Gekke
    Germ.

     Grieze Duuf, De: Bijnaam van de bekende dokter De Jong, deze had altijd en grijs pak aan met een grijze hoed.
    En een sigaar met een zo lang mogelijk stuk grijze as. kegel

     Grijze Prins, De: Echte naam De Vries, hij was leraar op een lagere school.

     Groene Kraag, De: Echte naam Jurjen Kamstra, een los werkman uit de Boterhoek, later woonde hij in de
    Westerstraat.

     Groene Rand, De: Woonde aan de Nieuweburen.

     Grote Bauk: Dochter van Markus-Aal.

     Grote Piet: Echte naam Adema. Hij was kelner in de Friesche Club. Werkte samen met Kleine Piet.

     Haaye Soesbol:

     Half Elf:

     Halve Jat: Een man met maar een arm.

     Halve kracht: Ook wel de Italiaanse Wees. Echte naam Gatze of Gatse Hiemstra.  Een sterke sjouwerman van
    het Vliet, die zich eens niet goed voelde en moeite had met zijn werk. “Dou liekst wel een halve kracht”, zeiden zijn
    makkers toen. Hij werkte ook wel op de “Siepeldrogerij” aan de Harlingertrekweg. Over zijn bijnaam zijn nog 2
    verklaringen in omloop. De ene is dat hij zo sterk was dat hij het werk van 2 man kon doen. De andere dat hij 2x zo
    langzaam was als een ander. Hij is, samen met zijn vriend Spindelaar, tijdens de 2e wereldoorlog in het Vliet
    verdronken.


    Hannes Ping Ping:

     Hannus twee bier: Dit was een man die groenten van de groothandelaren aan de Oosterkade naar de
    groenteboeren bracht, en als die vroegen wat het koste zei Hannes “het kost twee bier”.

     Hansje Pik: Echte naam Hansje Houkes.

     Hanskrobber, De:

     Hanskuun, De: Dankte zijn bijnaam aan de handschoen, die hij gebruikte als kaatser.

     Han van Meegeren: Een spoorman die schilderen als hobby had. Hij werd door zijn collega’s Han van Meegeren
    genoemd. Hij beklaagde zich hierover bij zijn chef die daarna een stukje schreef in het personeelsorgaan: de
    collega’s mochten hem niet meer Han van Meegeren noemen. . .

     Haring’s Aal: Woonde aan het Schooldijkje in Huizum, had hier een klein Winkeltje.

     Harm de Lieger: Lag in een zelfgebouwd schip aan de Oostersingel. Verteller van fantastische verhalen. Noemde
    zijn vrouw “Mien roodbusje”.

     Harmen Pruum: Gebruikte vanaf zijn 10e jaar al pruumtabak.

     Hartelijke saus: Zie De Lekkere Saus.

     Havermout: Zie H.O.

     Haye Majoris:

     Haye Tork:

     Hat: Zie Ouwe Hatte.

     Heilige, De: Echte naam Tjerk Boorsma en jongen van het Pieterseliestraat die berucht was om zijn kattekwaad.

     Heilige Marie: Ook wel Vrome Marie, De Non en het “Engeltsje van de Gleien”. Echte naam Marie Rondema,
    ze is geboren in 1864 te Wytgaard, waar ze later in september 1940 ook is overleden.
Ze liep gekleed in witte
    gewaden (Vitrage) en maakte ook haar gezicht helemaal wit (Met Koopmans meel). Ze had ook een witte parasol.
    Woonde aan Oldegalileen no. 91. Ze werd door de jeugd nageroepen als Heilige Marie, daarom vroeg ze haar
    voortaan Vrome Marie te nomen, ze was namelijk niet heilig maar wel vroom.

     Heite mut skijte: Echte naam Venema. Een potschipper, die met zijn scheepje afgemeerd lag in het Vliet tegen
    ver Hein ApeldoornHeuin Apeldoorn(en alle leden van het gezin)hh. Omwonenden hoorden een van zijn zoons roepen:
     “Heite ik moat skiete, jow mie de pot, de reade is kapot, jow mie de wite!” Sindsdien werd de zoon (en alle andere
     leden van het gezin) “Heite mut skijte” genoemd.

     Heks, De:

     He’k ut niet seid: Wist alles beter dan een ander.

     Hemelpiloot, De:

     Henk Piepke: Als deze man sprak was er een piepend geluid te horen.

     Hete Koffie: Een zuster van Kouwe Ries, deze zusters woonden met hun moeder in een scheepje.

     Hijgend Hert: Werd ook wel als De Blazer en Poe Poe aangeduid. Werkte bij het spoor.

     Hittepetit: Een figuur uit het logement van Aaltsje van der Brug in het Sint Jobsleen.

     H.O.: Ook wel, voluit, Havermout. Zei “ik hew weer lekker eten.” “Wat hest eten?” “Havermout”.

     Hobbel inne geit: Woonde aan het Hoeksterachterom. Had een paar koeien in de bedstee staan. Of volgens eigen
    zeggen een “hele stapel” koeien. Kocht tijdens de oorlog een oud paard, en ging werken op het vliegveld, later
    zeiden enkele bekenden tegen hem “wat hest un mooi peerd”, “ja er liepen sukkke mooie peerden op het vliegveld,
    ik hew dat ouwe kring maar voor een goeie ruilt”

     Hobbe ’t Oliekontsje: Zie Homme Oliekont.

     Hoed, De: Droeg een bolhoed toen hij bij de Voorstreek in het water viel. De bolhoed bleef op het water drijven
    – zo kreeg hij de bijnaam De Hoed.

     Hoempa: Ook wel: De Hoornblazer. Echte naam Adrianus de Merode (Geboren Kloosterburen 23 maart 1875
    overleden Leeuwarden 10 juli 1956). Muzikant als de later bekende Nikkelen Nelis. Droeg een grote trom op de rug
    en had bellen aan de benen.

     Hoerige Tiet:

     Hoerige Ymke:

     Hoed: Een barbier, die altijd een hoge hoed droeg. Dankbaar mikpunt voor jongens met sneeuwballen. Eens verving
    hij zijn hoed door een pet. “Must nou us kieke,” riepen de jongens toen, “een hoed met een pet op!”

     Homme Oliekont: Ook wel Hobbe ’t Oliekontsje. Echte naam Obbe van Dijk, geboren 20 januari 1885 overleden
    9 juli 1953. Woonde in de Duvelshoek bij het Vliet. Was o.a porder en nachtwaker en werkte ook wel bij de
    pottenbakkerij van Dorama. Maar hij ventte ook wel met petroleum, en was gezegend met een flink achterwerk, en
    daar kwam zijn bijnaam dus vandaan.

     Homme suurkool: deze persoon was ijsventer bij de Verenigde Banketbakkerijen.

     Honnegiesel: Was een man welke in de Sint Bonifatiuskerk rondliep met een bandelier om met de tekst „Eerbied in
    Gods Huis“. Zijn taak was tijdens de dienst de aanwezige kinderen in het gareel te houden. Als een van de kinderen
    lastig was of niet stil genoeg zat kreeg deze een flinke por met een stok.

     Honnekop, De:
Een sjouwerman die aan het Oldegalileen woonde.

     Honnewiefke, Het: Echte naam Aaltje Potma-van der Spoel, geboren in 1903 overleden in 1983. Ze had tientallen
    honden, katten en kippen in haar huisje bij de Nieuwlandsdijk. Ook later, in Nieuw Toutenburg, mocht zij nog
    huisdieren houden. Werd ook wel Het Portieljevrouwtje genoemd. (Portielje was directeur van Artis, welke o.a.
    boeken schreef over dieren.

     Hoornblazer, De: Zie Hoempa

     Hotse Piep:

     Hou’em inne gaten: Een jongenman die een bootje huurde bij de Grote Wielen. Kwam in de administratie van
    botenverhuurder Hein Appeldoorn voor als: Hou’em inne gaten.

     Houtene Sabel, De: Echte naam van der Woude, een sjouwerman die eens vertelde, dat hij in zijn jeugd zo leuk
    had gespeeld met houten sabels.

     Huppelkatrienus:

     Hutsemuts: Echte naam Hutschinton. Was een juf van de bewaarschool aan de Tuinen.

     Hyltsje bij nacht: Was een hoge gemeentelijke Ambtenaar, die regelmatig ’s nachts in de stad werd aangetroffen.

     Ids met de beerd: Echte naam Ids Isels, was een grote zware man, hij was los werkman van beroep. Hij lustte
    tevens graag een borreltje. Een winkelier op de Nieuwestad liet eens 2 kruiken van 10 liter sterke drank op straat
    vallen. (een kruik jenever en een met Brandewijn). De drank stroomde over de straat, prompt gingen enkele personen
    op staat liggen om de drank op te slurpen, een daarvan was Ids. Een andere keer was op het Schavernek van een
    beurtschip een groot vat met stroop overboord gevallen. Ids liet zich in het water zakken, en slaagde erin het vat
    weer aan boord te krijgen. Daarna moest Ids weer aan boord geholpen worden, de personen die hem daarbij hielpen
    lieten hem een paar maal weer in het water vallen. Zulks tot groot genoegen van de omstanders. Ids was man met
    een hele lange baard, die een weddenschap aanging om baard voor de helft af te scheren. Zodra hij buitenkwam
    bond hij een grote rode doek om het hoofd en liep door de stad, al roepend “wat he’k een piene inne bek”. Daarmee
    was die weddenschap (om een fles jenever) gewonnen, hij liet een tweede barbier de andere helft afscheren en
    dronk daarna de fles jenever leeg. Om zijn roes uit te slapen ging hij naar huis en naar bed. Grote consternatie toen
    zijn vrouw thuiskwam vond ze een man zonder baard in de bedsteen. Hevig geschrokken rende ze naar de buren
    roepend: “Kom vlug mee, der leit vreemde kerel in mien bed!”                                             

     Iezerkoning, De: Handelde in lompen en metalen.

     Inktpot, De:

I     taliaanse Wees, De: Zie Halve kracht

     Izeren Kristen, De:

     Jaap bij de paal: Zie Japie de goeie jonge.

     Jaap Kattemepper: Woonde in een potschip aan het eind van het Schooldijkje in Huizum. Mepte katten en
    verkocht de velletjes.

     Jabik mei de glezzen fuotten: Klaagde altijd over blessures aan zijn voeten.

     Jajemke: Een spiritusdrinkster, die veel in het gezelschap van Ouwe Tietsje werd gezien.

     Jan Bies:

     Jan Blikkene: Ook wel De Blikkene, was een zoon van de Blikken Dominee.

     Jan Driebeen: Echte naam Ensing, hij was een humorist die een act had, waarbij hij zich met drie benen aan het
    publiek vertoonde.

     Jan de Fietsoppasser: Ook wel Jan Hum.

     Jan de Lieger: Hij was tufschipper van beroep welke met zijn schip bij de kazerne lag. Hij had een rijke fantasie,
    hij kon dus liegen als de beste.

     Jan Duum: Echte naam Jan Rodenhuis. Ook wel aangeduid als Jan Duumke of Duumke. Zwierf door een groot
    deel van de provincie. Liep wel met negotie en verdiende wat als koeiendrijver op de veemarkt. Leefde van 1858
    tot 1936.

     Jan Duumke: Zie Jan Duum.

     Jan Fiets: Zie Jan Pook.

     Jan Hum: Zie Jan de Fietsoppasser.

     Jan Kin: Echte naam Jan Faber, hij was telegrambesteller bij de P.T.T. En hij had een zeer opvallende kin. In de
   oorlog in Duitse dienst aan het Oostfront gesneuveld.

     Jan Kouer: Liet op straat kinderen voor een cent zingen: “Hier heb je Kouer, de eerpelsjouwer, hij het gien haar
    meer op sien kop!”

     Jan met de lamp: Huisknecht-kelner in de Jonge Bontekoe aan de Mr.P.J.Troelstraweg. Er waren daar prieeltjes in
    de tuin, waarin de jongelui zaten te vrijen. Werd er wat besteld dan kwam Jan-met-de-lamp er aan. De paartjes
    bestelden allemaal tegelijk, dan kwam Jan-met-de-lamp niet telkens storen.

     Jan Petat: Zie De Peerdekop.

     Jan Pook: Echte naam Jan Steinvoorte, hij had een handel in rijwielen in de Burmaniastraat. Hij stond ook bekend
    als Jan Fiets. Hij was een meester in het ‘poken’ aan de stamtafels in cafés.

     Jan Roetman: Echte naam A.Delea, deze was schoorsteenveger van beroep.

     Jan Sigaar: Een soort klusjesman, die alles kon. Had tijdens zijn werk altijd een dikke sigaar aan, wat nogal
    uitzonderlijk was voor een arbeider. Woonde in Huizum.

     Jan van Sikke: Zie Sikke de Kaetser.

   
 Jan Zout: Echte naam Jan Postma, deze was verhuizer van beroep, en woonde aan de Bleeklaan 25.
    Hij had voor de 2e wereldoorlog een zoutdepot
voor likzout voor vee en zout voor bakkers.

     Japie de goeie jongen: Ook: Jaap bij de Paal (op het Wilhelminaplein). Amsterdamse koopman Lion van Gelder.
    Tientallen jaren zeer populaire standwerker op de vrijdagmarkt.  Zag er geen been in zijn aspirant klanten te
     beledigen.

     Jappie Skuul: Echte naam Jappie Johannis, een voetballer van de Leeuwarder Boys.

     Jappie Snel: Slagersknecht aan het Vliet. Was o zo vlug. Een vermaard schotsenloper, die in de lengte over het
    Vliet liep. “Een ander knoffelde er in, maar hij niet.”

     Jelle met het Neuske: Was de echtgenoot van Trien met de lip, zij woonden in de Boterhoek.

     Jeneverscheur, De: Hoort hier eigenlijk in deze lijst niet thuis, het is namelijk geen persoon maar een steeg. De
    Hoedenmakerssteeg, deze steeg was zou smal dat een dronken man aan beide zijden steun had.

     Jentsje Tit: Echte naam Ale van der Meulen (geboren 15-2-1853 – overleden 1935). Hij was ijzersterk, en werd
    ook wel De Buffel genoemd. Hij was Hij wheen overbekende figuur uit het oude Leeuwarden. Werkte in jonge jaren
    als veedrijver op de markt en ging later  met geringe negotie langs de deur. Dikwijls zat hij op straat zijn centen te
    tellen; meer dan eens werd hij bestolen in de logementen in de omgeving van de Boterhoek waar hij verbleef. Werd
    door de jeugd wel geplaagd met het vers: "Jentje Tit, sien hemd is wit, sien hemd is blauw, Jentje Tit krijt nooit
    een  vrouw". Hij stierf, ongehuwd, in 1935, toen hij twee en tachtig was.

     Jitse de Knolder:

     Joadebet: Zie Galgebet.

     Jochum oppe kop: Zie Dubbeltsje oppe kop. Echte naam Jochum Duurken. Geboren in 1898 en overleden in
    1978.

     Jodejel: Een vrolijke tante uit de Amelandsstraat.

     Johannes Poppekast: Echte naam Sijbrandi, een fantasierijke figuur die met zijn poppenkast o.a optrad op het
    pleintje bij de Waag. Hij woonde in de in de Bontepapesteeg. Zijn vrouw Froukje droeg altijd een bril met 1 glas.

     Jolie:

     Jonge Beer, De: Echte naam Mr. J.S. Bijl, deze had de initialen JB in zijn klompen gebrand. Al snel werd hij daarom
    Jonge Beer genoemd. Hij was leerling op de Lagere school in de Schoolstraat te Huizum, waar zijn vader leraar was,
    deze werd daarom OUDE BEER genoemd.

      Joode Marthe: Echte naam Martha Hartoghs-Cohen. Zij ventte met fruit. Haar zuster Neine stond met fruit bij het
     klokje op het waagplein.

     Joop de snelneuker: ook Joop Vogeltsje. Was een markthandelaar in vogeltjes. Had bij diverse vrouwen
   
kinderen verwekt. Deze  “dames” werkten voor hem op de Weaze. Later had hij een winkeltje op Bij de Put

     Joop Vogeltsje:  zie Joop de Snelneuker.

    Jouke met de reserveduum: Had vijf vingers. Maar een uitgroeisel aan een hand, welke je als zesde vinger kon
    beschouwen. Dus een reserve duim.

     Jow mar in stur: Zie Stur.

     Jut en Jije:
Echte naam Bouma, een echtpaar dat aan de Kloosterburen woonden, een steeg die uitkwam op het
    Oldegalileen, en waarvan de kinderen ook wel met Jut en Jije werden aangeduid. Een van de zoons (Sietse) stond
    bekend door allerlei uitvindingen. Een demonstratie op het Wilhelminaplein met zogenaamde lekvrije banden liep op
    een jammerlijke mislukking uit.

     Jutter, De: Ook: De Pruum, Klaas Pruum en Klaas Jut, Zie De Pruum.  Een sjouwerman hij woonde aan de
    Hollanderdijk
.

     Kaffer van ’t Noorden, De: Een caféhouder van het Ruiterskwartier.

     Kakkepoepedahlia:

     Kale, De: Echte naam Theo de Wal.

     Kale Bat: Echte naam Bart van der Meer. Deze had een winkeltje aan de Willem Sprengerstraat hoek Peterseliestraat.
    Hij was van nature geheel kaal. Hij was ook werkzaam bij een uitvaart bedrijf. Hij haalde overleden stadsgenoten
    van huis af, op een bakfiets. Deze bakfiets had het stuur de trappers en natuurlijk het zadel aan de voorkant,
    zodat de overledene achter hem lag.

     Kanarie, De: Echte naam Conradie, hij was leraar aan School 4 in de Schoolstraat.

     Kapitein Nero: Zie De Boeienkoning.

     Kara el Hammed: ook wel De Mysterieuze. Echte naam J. van Keulen. Overleden in november 1967. Hij was
    een bekende telepaat en helderziende. Trad veel op in de Groene Weide.

     Kardoeske: Manusje van alles in een goudsmederij aan het Naauw; werd er vaak tussen genomen.

     Karke, Het: Een sigarenmaker.

     Katjang:

     Katsjepoekel: Een hoofd van de lagere school in de Sint Anthonystraat. Een pianostemmer werd eveneens
    Katsjepoekel genoemd.

     Kattejantsjes, De: Twee vrouwen die in hun huis, met de naam “t Hemeltsje” aan de Groeneweg, tientallen katten
    verzorgen.

     Kattekoningin, De: Woonde op de hoek van de Groeneweg en de Doelestraat in het huis met de naam Het
    Hemeltsje.

     Kees Fetpot:

     Keeslip, De:

     Keesneus, De: Visventer, woonde in de Haniasteeg.

     Kelderratten, De: Een moeder en drie dochters, die aan het Ruiterskwartier in een kelder het oudste beroep ter
    wereld uitoefenden.

     Ketelmuziek:

     Kienderdiefkes, De: Drie zusters, geboren in de dertiger jaren van de 19e eeuw, die het pandje Breedeplaats 3
    bewoonden. Er werd verteld, dat zij kinderen naar binnen sleurden, wanneer die het waagden op hun blauwe stoep
    te komen.

     Kienderlokker, De: Zie De Sterrekieker.

     Kiepejood, De: Ook: De Leip. Zat in een keldertje op de hoek van de Breedstraat en de Put kippen te plukken.

     Kiepekoopman, De: Woonde aan het Oldegalileen.

     Kiepelul, De:

     Kikketsje: Een loopjongen van de firma Brenninkmeijer aan Over de Kelders.

     Kikvors, De: Zie Blauwe Hannes.

     Kilo Pek: Een sjouwerman van het Vliet.

     Kin, De:

     Kinnebakje, Het: Een dikke vrouw met een zware onderkin. Had een brood- en banketwinketje op de hoek van
    de Groningerstraatweg.

     Klaas Jut: Ook: De Pruum, Klaas Pruum en De Jutter, Zie De Pruum.

     Klaas Klikje: Zat in de Peperstraat naast Wybe Dropke.

     Klaas Klokje: Echte naam Klaas van Wieren. Een klokkenhandelaar in de Peperstraat, neef van Willem Boekje,
    boekhandelaar in de Peperstraat.

     Klaas Konjak:

     Klaas Pruum: Ook: De Pruum, Klaas Jut en De Jutter, zie De Jutter.

     Klaas Vaak: Echte naam A.Engelsman hij was leraar geschiedenis aan de Rijks H.B.S. “Gaf zo saai les, dat de
    leerlingen er bij in slaap vielen.”

     Kladder, de: Echte naam Cladder, geboren in Amsterdam. Ventte in Leeuwarden met witkalk.

     Kleedsjeklopper, De:

     Kleine Anneke: De dochter van Orgel Jantsje.

     Kleine Drenth, De: Een politieman; “wel klein, maar voor de duvel niet bang”.

     Kleine Gerrit: Echte naam Gerrit Mak, hij was afkomstig uit Alkmaar. Ging met een piepklein doosje met negotie
    langs de deur. Was in de kost bij Paardekam op de Weaze, waar hij op zaterdagmorgen in een tobbe op de
    dansvloer werd gezet. “We wille hier skone meensen inne kost hewwe” werd er dan gezegd.

     Kleine Piet: Kelner in de Friesche Club. Werd ook wel als Doen-we-toch aangeduid. “Kopje koffie Piet?” “Doen we
    toch”. Hij heette eigenlijk Adolf. Werkte samen met Grote Piet.

     Kleine Sijtske: Echte naam Sijtske Tolman, een minivrouwtje, dat bijna zeventig jaar in het Stadsverzorgingshuis
   in de Haniasteeg heeft gewoond. Ze kwam er in 1903 en ze overleed er in 1977.

     Klein Haantsje: Mismaakt mannetje, dat bij de goudsmid werkte. Werd ziedend, wanneer jongens handen op de
    brugleuning legden en zo een poortje vormden, waar Klein Haantje wel onderdoor kon lopen.

     Klein Jantje: Sigarenmaker, die ook jaren met tabaksartikelen op de markt heeft gestaan. Had later in de
    Sacrementstraat een Café.

     Klep, De: Een klein mannetje uit de Wijde Gasthuissteeg. Hij droeg een zwart petje met een gladde klep.

     Kletsmeier: Echte naam Age Meijer, deze “babbelde” erg veel. Werd ook wel Touwmeijer genoemd. Hij woonde
    in de Schrans.

     Kleverige Jenne: Zie Nunne Pis.

     Klodder, De:

     Knieperkoning, De: Zie Bomma.

     Klokje, Het: Een jongeman uit de Tjerk Hiddesstraat die altijd met zwier een klokje te voorschijn haalde, wanneer
    kinderen hem vroegen hoe laat het was. Het Klokje is in 1927 op de Groningerstraatweg dodelijk verongelukt.

     Klompenkoning, De:

     Klontsje gruus: De zoon van een man, die kandijklontjes verkocht. Junior was klein en mager en behoorde kennelijk
    tot het “gruus”.

     Kneukelhouwers, De:

     Knikker op dak: Echte naam Steneker. Deze was agent van politie. Op een politie helm zat een knop, door de
    Leeuwarders knikker genoemd. Toen hij eens met een sabel met een gouden kwast op straat verscheen werd hij
    prompt De Admiraal genoemd.

     Knoest, De: Een sigarenmaker.

     Knop, De: Een sigarenmaker.

     Knop, De: Zie Knop vanne wandelstok

     Knop vanne deur, De: Was een zetter bij de Leeuwarder Courant.

     Knop vanne wandelstok: ook wel De Knop en Pien in ‘t buukje. Een klein formaat politieagent, van wie werd
    verteld, dat hij de centen afpakte van de jongens, die hij betrapte bij het gokken. Zei, wanneer hij trek had in een
    borreltje: “Och, ik hew toch son pien inne buuk, ik mut mar even een burreltsje hewwe”.

     Knotske:

     Kobus Fluitsje: Had van riet of kalmoes een fluitsje gemaakt. Reisde fluitend de kermissen af.

     Kobus Knoffel:

    Kobus de lip:

     Koekfreter, De:

     Koenenulle:

     Koekneus, De:

     Kofferke: Zie Het Skip.

     Koloniaal, De: Echte naam Faber, hij woonde in de Poppebuurt.

     Koningin van de Smidsbuurt, De:

     Koningsaapke, Het: Echte naam Rinsus hij was de brugwachter van de Witte burg over het Vliet. Hij was een
    man met mooie bakkebaarden, en hij woonde naast Bokkes-met-neuzen in het Gouden Huuske. Had altijd klompjes
    aan en een petje op.

     Koninkje Rond: Echte naam Koning, hij droeg ook de bijnaam Sire. Deze ventte met sinasappelen in Leeuwarden
   (8 voor een dubbeltje), maar ventte ook met vis. Zijn bijnaam Sire is later overgegaan op zijn zoon.

     Koninginnekopke, Het: Een politieagent, die in het corps opviel, omdat hij geen baard had – alle andere agenten
    hadden wel een baard.

     Koolraap, De:

     Koosje Pies: Was een winkelier van de Wirdumerdijk.

     Kop en Lippen: Ook wel Dikke Willem, was een klein vies mannetje met een onvoorstelbaar groot hoofd en
    enorme lippen. (het hoofd van 3 x groter dan normaal) Hij was een zoon van Louise Boe Boe.

     Kopkewuttel: Was een opvallend klein vrouwtje uit de Boterhoek.

     Koppie:

     Kop van Jut:

     Koster, De:

     Kouwe Ries: Vrouw Zwerver, woonde in een klein scheepje met twee dochters. Zij was gehuwd met Zwerver de
    Harmonicaspeler. Een dochter werd eveneens Kouwe Ries genoemd, en de andere werd Hete Koffie genoemd.

     Kramdraad en Elastiek: Waren twee vrienden.

     Krantehoer, De: Zie Het Krantehoerke.

     Krantehoerke, het: Ook wel De Krantehoer. Een merkwaardige bijnaam, want het Krantehoerke was een man!
    Hij bezorgde de Leeuwarder courant, en kinderen werden voor hem gewaarschuwd. "Denk er om hoor, aanstonds
    komt de Krantehoer!".

     Kringeslager, De: Een slager, van wie werd verteld, dat hij vaak afgekeurd vlees verkocht.

     Krinkjespuier, De:

     Kroeme Hendrik: Man met een stijf been. Woonde in de Romkeslaan. De kinderen schreeuwden: “Jongens, Kroeme
    Hendrik is weer lekker dronken”. Dan werd het feest, omdat hij centen te grabbel gooide.

     Kroeme Neets: Negotievrouwtje uit de Weerklank, zij woonde ook in het Heer Ivostraatje. Door de bewoners van
    de Boterhoek steevast als Surivestraatje aangeduid. Liep met een kinderwagen: het gat achteruit en de voeten
    naar binnen. Altijd “dreigend”, “Se mutte mie de bek niet open breke”. Haar echtgenoot werkte bij stalhouderij
    Poelsma. Kroeme Neets zorgde eens voor opschudding door met een schoteltje langs de buren te gaan, op het
    schoteltje lag de (door een ongeval) afgeknepen duim van haar man.

     Krolder, De:

     Kroller, De: Een klein kereltsje dat werkte bij de kachelfabriek van Faber en Zeilinga aan de Emmakade. Over hem
    werd het volgende verhaal verteld: “Hij had een hele grote vrouw en eens, toen de politie hem kwam halen,
    verstopte hij zich onder de rokken van zijn vrouw. Nee. Zei die toen, mien man is niet thuus. De pliesje weer fut”.

     Kromme Fokke: Heeft o.a. in de Boterhoek gewoond. Maakte hoedendozen, waarmee hij de boer opging.

     Kruik, De:

     Kuitert, De: Echte naam Henny Snijder. Een buitengewoon populair figuur, vooral in kringen van de L.A.C. Frisia.
    Veel mensen werden in het holst van de nacht het mikpunt van zijn grappen, wanneer ze door hem met belachelijke
    verhalen uit bed werden gebeld.

     Kwartjeshoerke, Het: Opereerde in de twintiger jaren van de 20e eeuw achter het Beursgebouw. Liet zich voor
    een kwartje betasten door de jeugd.

   Kwast Evangelist, De: Een Leeuwarder die met een flinke kwast door Leeuwarden trok en overal religieus bood-
    schappen achterliet, zoals “Jezus redt”, waarna de Leeuwarder jeugd eronder kalkte: “Je broer ook”. Werd in de
    Leeuwarder Courant aangeduid als de Kwast Evangelist. Hij woonde in een de 4e Sakiadwarstraat.

     Lamme Fok:

     Landru: Woonde in de Filantroop aan de Groningerstraatweg. Vader van een aantal dochters, die met de vererende
    bijnaam De-Zeven-skoonheden door het leven gingen.

     Lange Barre: Zie Barre.

     Lange Jan: Echte naam Jan van der Werff, een commissionair in grutterswaren met veel kritiek op de maatschappij.
    Hield ook wel spreekbeurten. Toen hij eens vol vuur uitriep: “Waar gaan wij heen?” antwoordde De Kuitert
    onmiddellijk: “Naar ’t gasthuis”. Einde van de bijeenkomst.

     Lange Lena: Woonde aan de Drooge haven, ze was getrouwd met Bosma. Ze was een grote en forse vrouw. Ze
    werd ook wel Leeuwarder nieuwsblad genoemd. Ze wist altijd de laatste nieuwtjes te vertellen.

     Lange Ule: Echte naam Norberhuis. Wilde voor zijn begrafenis nog een rondje rond de oldehove maken, wat ook
    netjes gedaan werd.

     Lappen om’e buse: Echte naam Hoogendijk een brugwachter aan het Vliet. Droeg een broek, die altijd maar weer
    werd versteld. Zijn vrouw werd De-Staande-pendule genoemd. Zij stond altijd met de handen in de zij, net een
    pendule.

     Leendert Sukkel:

     Leeuwarder Nieuwsblad: Zie Lange Lena.

     Leip, De: Zie De Kiepejood.

     Leipend Oog, Het: Had immer tranen in de ogen, was een vriend van Het Wakend Oog.

     Lekkere Saus, De: Echte naam Bruinsma. Ook wel De Hartelijke saus. Woonde vlak bij Marcus Aal aan het Vliet in
    een boeier. Vertelde vaak dat hij zo lekker kon koken en dat hij dan dikwijls lekkere hartelijke saus maakte.

     Lekkere Tuter, De: Een figuur van het Vliet.

     Lekman: Een variant op zijn eigenlijke naam. Had een cafeetje in de Minnemastraat.

     Lelijke Antje: Een freule die met een open wagentje met twee paardjes ervoor over de Nieuwestad reed. “Zo
    uitgedoogd als een citroen”.

     Lieve Zoete Gerritje: Iemand uit de Boterhoek.

     Lijnkakker, De: Een handelsreiziger die tijdens zijn treinreizen herhaaldelijk gebruik maakte van het toilet.

     Lip, De:

     Loaden Hak, De: Bijnaam die aan verschillende mensen wordt toegeschreven. Ook aan een loodgieter. “die wipte
    met de ene hak”.

     Lollige Johannes: Echte naam Johannes Felkers. Een zeer bekende koopman van de straat, die ook op de markten
    stond. Hij stond o.a. met een diske bij de uitspanning Zwartewegsend. Had bovendien een winkel aan het
    Schoenmakersperk, vlak bij de Groeneweg. Liep met een kar met sinasappels en stond ook op markten met een
    raampje met chocola. Zijn roep "Kwatta van Bredaaaaa" kende iedereen. "Is een dag trouwd weest".

     Lord. De: Was een veedrijver die voor de slagers van Leeuwarden, vee van de veemarkt naar het slachthuis bracht
    de overige dagen werkte hij als los werkman bij de kolenboeren als wagon losser.

     Louise Boe Boe: Een vrouw die “Boe boe” riep wanneer kinderen haar uitscholden voor toverkol. Zij was de moeder
    van Kop en Lippen.

     Luie, De: Liep met een karretje. “Als hij een pijp over moest, wachtte hij net zo lang tot er iemand kwam die hem
    over die pijp hielp”.

     Lulmeijer:

     Lultsjemaker, De: Een pottenbakker die bij Dorama aan het Vliet de oren aan de potten maakte.

     Luwekop, De: Een man met haren als manen, grote oren, een brede neus en een brede mond. Hij ventte met vis
    en kwam veel bij het Leger des Heils.

     Luwe Tritske:

     Luzemietje:

     Luxe Kurketrekker, de: Een sigarenmaker. Werd ook wel Het Uuthangbord genoemd.

     Lydia Bom: Ook wel Dikke Martha. De vrouw van Swatte Tinus, zuster van De Lord. Werkte wel op de veemarkt,
    als melkster en als veedrijver. "Dit is het mooiste van een vrouw zei Lydia Bom, en liet dan haar borsten zien, die
    net bommen waren".

     Lytse Eibert: Ook wel Eibert Eike. Echte naam Egbert Hulsinga. Overleden in november 1976. Een eierboertje uit
    Twijzelerheide; vanaf 1917 een vaste verschijning in de  stad.

     Lytse Jehannes: Of, voluit Lytse Jehannes de bjindermakker. Vader van het Pastoorke. Ging met een hondekar
    met borstels de provincie in.

     Lytse Jehannes de bjindermakker. Zie Lytse Jehannes.

     Madammeke: Echte naam Johanna van Gemert. Ze was een uit België afkomstige waarzegster. Woonde aan de
    Gedempte Keizersgracht. Geboren 1 juli 1883, overleden te Zevenaar op 19 mei 1964.

     Malle Jan I: Echte naam J. de Vries. Woonde in de Gerard Terborghstraat no.20. en politieagent die, de
    schoenmakerij van Jordan op de hoek van de Koningstraat verlatend, veronderstelde dat zijn fiets was gestolen.
    Hij pakte de eerste de beste fiets die hij zag staan en racete weg, de dief achterna. Kwam tenslotte zonder succes
    terug en ontdekte toen dat de fiets, die hij had gepakt, de zijne was. . .

     Malle Jan II: Echte naam Tjerk Boersma, deze woonde in de Borniastraat. Hij was agent van politie.

     Man van Graniet: Zie De Boeienkoning.

     Mans:

     Marcus: Leraar wiskunde aan de Rijks H.B.S. Kwam dikwijls met interesse uitspraken: “Dit wordt niks man, hang je
    maar op!

     Marcus Aal: Een bij de hand wijfje dat met Marcus Lageweg was getrouwd. Marcus had een verhuurinrichting van
    bootjes aan het Noordvliet. Maar hij bemoeide zich niet met de verhuur dat werd door zijn vrouw Aaltje Postma
    gedaan.

     Marie met oogjes:

     Marijke Drieduum: Iemand uit de Boterhoek.

     Martha met de baard: Een joodse vrouw, die o.a. ventte met brood en sinasappels.

     Meester Kustekoek:

     Meester Pruum: Echte naam Bickbergen. Hij was leraar aan School 4 in de Schoolstraat.

     Meine Piteroalje:

     Mekkeduil:

     Melasse Pruum:

     Meleurtje: Echte naam Stefanus Bouwman. Kon voor iedereen van alles maken. “Och, dat is maar een meleurtje,”
    zei hij dan. Hij maakte ook waterfietsen waarmee hij door de grachten voer. Zijn vader was Blauwe Matje.

     Michelinmannetje: Zie Rubber Mantsje.

     Mieke de Prumer: De vrouw van 99-100. Woonde bij de Haven aan het Vliet.

     Mienekes: Ook wel Rooie Mienekes. Zijn echt naam was Dominicus W. Reinsma. Een zeer bekende handelaar in
    vodden die gewoond heeft aan de Oostersingel, in de Ruitersteeg en aan het Sint Jobsleen. In de laatste straat
    had hij een winkeltje met tweedehands spulletjes. Ook trok hij met handkar door de stad. Hij was een spiritusdrinker.

     Mierenneuker: 
 
     Milieubederver, De: Een schipper, die onbekommerd alle vuil overboord gooide.
 
     Miljoenenjuffrouw, De: Verkocht staatsloten. Woonde op de hoek Kleine van de Hoogstraat en de Speelmansstraat.
 
     Mineke: Lerares Engels.
 
     Miss, De: Lerares Engels.
 
     Moedige dame, De: Had zulke dunne benen, dat men haar moedig vond er op te lopen.
   
     Moeke Pies: Lerares Duits aan de Gemeentelijke H.B.S.
 
     Mokkel met de dikke lippen: Een vrouw die aan de Nieuweburen heeft gewoond.
 
     Mol, De: Onderwijzer.
 
     Molotov: De bijnaam van een politieman tijdens de tweede wereldoorlog.
   
     Mondsjewater: Een sjouwerman: werkte bij de Fortuna aan de Harlingertrekweg.
 
     Mooie Annie, ook De Mooie Juf. Vrouw van een caféhouder in de Heerestraat.
 
     Mooie Juf, De: zie Mooie Annie 
 
     Mooie moeke mei tosken:
 
     Mooimaker, De: Zie Het Witkalkmantsje.
 
     Mosk, De: Een sjouwerman.
 
     Mosterd Piel: Een mosterdkoopman van wie werd gezegd dat hij eens in een waterplaats aan de Huizumerlaan was 
    betrapt bij het aanvullen van zijn voorraad. . . Werd vooral gezien in gezelschap van De Stotteraar. Hij woonde aan
    het Vliet.
 
     Motbal, De: Echte naam Monsma, het was een lange man die met een kistje met motballen langs de deuren trok. 
    “Mutte er oek motballen weze?” “Nee, vandaag niet”. “Nou. Geluk voor je. Mar ik hoop dat je nog es honderd noadig
     hewwe”.
 
     Mottige Hendrikje:
 
     Mouwvestje, Het: Een sjouwerman met een vestje met een gladde mouw. De bijnaam ging over van vader op zoon.
 
     Mud, De: Een bunzingvanger.
 
     Muggeknokker, De:
 
     Muus, De:
 
     Mysterieuze, De: zie Kara el Hammed
 
     Naatje Zeekat: Een vrouw die ventte met vis.
 
     Nachtpitsje, Het: Een bijnaam die werd toegeschreven aan Dokter Uffelie en aan Dokter Van Staveren, omdat ze 
    ’s-Nachts vaak op pad waren naar hun patiënten. Zie ook De Pepermuntsjedokter.
 
     Naddus Poep: Broer van Tiet Snakje.
 
     Nanne Pis: Bijnaam van een aan de V.G.L.O. aan de Oostersingel. Echte naam; Nanne de Vries.
 
     Napoleon de Skeresliep: Had zijn klompen beschilderd met scharen en messen. Was scheepsbarbier geweest en 
    doorspekte zijn taal met Engelse termen.
 
     Napoleontsje: Echete naam Dorenstpleet, een agent van politie, klein van stuk, van wie werd gezegd dat hij ooit 
    door jongens in de Dokkumer Ee was gegooid.
 
     Nappie: Echte naam Nijkamp, hij was leraar.
 
     Navelkoning, De: Was bij optochten de vaandeldrager.
 
     Negen en negentig, Honderd: Zie Een twee hupsakee.
 
     Neine onder het Klokje: Een joods koopvrouwtje dat tientallen jaren een diske met fruit heeft gehad onder “het 
    klokje” op de Nieuwestad tegenover de Peperstraat. Pas zij toen zij in 1905 stierf bleek ze eigenlijk Schoontje te 
    heten, Schoontje Dwinger-Cohen. Haar ziuter was Joode Marthe.
 
     Nieuwsbladje, Het: Een vrouw uit de omgeving van de Hoeksterstraat. Wist tijdens de 2e wereldoorlog iedereen 
    alles te vertellen van het wereldgebeuren.
 
     Non, De: Zie Heilige Marie.
 
     Nunne Pis: Ook Poekel 88, Skurft inne beerd en Kleverige Jenne. Werd veel geplaagd, maar dreigde dan: 
    “Must hier es komme, sa’k die vergrieme. . .”
 
     Nunneke Pis: Een vrouw, “te vies om aan te pakken”. Heeft in de Drooge Haven gewoond.
 
     Oate Kustke:
 
     Oene Skriemer: Was een oude Turfschipper, hij woonde in het Heer Ivostraat. De bewoners van de Boterhoek 
    steevast als Surivestraatje aangeduid. Oene had een “Gouden stoepke” niemand mocht op dat stoepje lopen.

     Oettske Tit: Zie De Skiethuuskeneuker.
 
     Okke Neut: Een voetballer van Frisia.
 
     Oliebol: Was leraar gymnastiek op verschillende scholen.
 
     Olifant, De: ook wel Olifant op zolder. Echte naam Koster. Vader van Harm de Lieger. Was in de West geweest 
    en woonde in de Fabrieksbuurt. De jongens zeiden: “Hij het een olifant op zolder”. Kinderen vroegen: “Magge we de 
    olifant sien?” Nee jongens, nou niet, as’t buurtfeest is, de olifant staat op zolder”. Koster, had 2 zoons Oege en 
    Harmen, zij hadden Achgentachgentig olifantsje op zolder.

     Olifant op zolder: Zie De Olifant.
 
     Oliekruuk, De: Echtgenoot van Brandewientsje.
 
     Ome Diek: De heer D.Dijkstra was leraar wiskunde aan de Gemeentelijke H.B.S. Hij was ook jarenlang voorzitter 
    van de Friesche biljartclub.
 
     Ome Red je: Zie De Cowboy.
 
     Ome Sompie: Een bierhuishouder in de Sacrementstraat; kon de jeugd kaarten en biljarten leren. Was tevens 
    handelaar in verf
 
     Omke Jan: Echte naam J.K.Dijkstra, redacteur van het Volksblad voor Friesland.
 
     Omke Jarig: Echte naam Jarig Cornelis Mollema. Geboren te Ried in 1859, hij kwam in 1879 naar Leeuwarden waar 
    hij in 1943 overleed. Hij was Leraar van beroep, en heeft veel voor de sport in Leeuwarden betekend.
 
     Onze Vader: Was een glazenwasser.
 
     Oom Tom: 
 
     Oorke, Het: Had een heel klein oortje.
 
     Oosje:
 
     Opa Tiktak: Echte naam Jan Elsinga, hij was de laatste lantaarnopsteker in Leeuwarden. Hij woonde op de 
    Oldegalileen. Liet graag kleine kinderen naar het tikken van zijn horloge luisteren. Geboren in 1877 op de Houtpolle 
    en overleden in 1972.
 
     Orgeldraaier, De: Werd ook wel De Bewegelijke, en Armen en benen genoemd. Werkte bij de spoorwegen.
 
     Orgel Jantje: Man van het draaiorgel.
 
     Ort, De:
 
     Os, De: Een sjouwerman bij Foppe Huisinga aan het Zuidvliet.
 
     Ossekop, De: Een spoorman. Iemand zei tegen hem: “Dou hest oek in’t verzet zitten niet?” “In ’t verzet zitten, 
    hoe komst daar bij?” “Nou, er is een straat naar dij noemd, De Ossekop”.
 
     Oude Trientsje: Opende bij de Zwarte Plank in Huizum een hekje voor voorbijgangers. Prestatie werd met een 
    cent gehonoreerd.
 
     Oud Wief, Het: Sjouwerman bij Foppe Huisinga.     
 
     Oude Gebouw, Het: Een heer op leeftijd.
 
     Ouwe Hatte: Echte naam Hart de Vries, (geboren in 1901 in Zwaagwesteinde, hij kwam in 1927 naar Leeuwarden)
    een van de laatste uitgesproken Stadstypen in Leeuwarden. Alom bekend als musicus van de straat. Een 
    schilderachtige figuur, die Hat of Ouwe hat(te) werd  genoemd, maar officieel Hart als voornaam had. Ouwe Hat 
    is in 1968 plotseling overleden in zijn huisje aan de Blomstraat, hij was toen 66 jaar oud.

      Ouwe Johannes: Ouwe Johannes was een klein mantsje met hele grote klompen, hij woonde aan Tulpenburg. Hij
    droeg geen baard, maar was nooit geschoren. Hij woonde in een een kamer woninkje, hij sliep in de ene bedstee,
    terwijl hij in de andere bedstee een koe had staan. Hij was werkzaam bij Johannes Post, deze had een boerderij
    aan de Romkeslaan bij de Potmarge.

     Ouwe Leeuw:

     Ouwe Pabel: Deze was schilder van beroep en woonde in de Boterhoek.

     Ouwe Tietsje: Echte naam Tietje Winkler-Stapersma. Een van de allerbekendste stadstypen uit de twintiger en
    dertiger jaren van de 20e eeuw. Had een tragische levensloop; van flinke boerendochter tot zielige zwerfster.
    Werd veel geplaagd door de jeugd. Zij zat bij mooi weer vaak op het bruggetje bij het Huizumerkerkhof. Ze opende
    voor oudere mensen dan het toegangshek. Ze verwachte daar dan een fooitje voor. In 1937 in de Schrans
    aangereden door een vrachtauto. In het ziekenhuis overleden, naar men zei: “aan de gevolgen van het wassen”.

     Pa en Ma Smit: Echte naam Coen Smit, hij was het laatste hoofd van de Gemeente H.B.S., hij had zijn echtgenote
    ook op de school ingeschakeld. Hij was dus PA SMIT en zij was derhalve MA SMIT

     Palingwiefke, Het

     Paljas, De

     Pam:
Moet in zijn jeugd jaren acrobaat zijn geweest. "Liet auto's over zich heenrijden en hield ook zomaar auto's
    tegen"

     Pang:
Ook wel Swatte Pang. Echte naam Johannes Corpier. Een vermaarde figuur van de Boterhoek. Ging op
    verjaardagen van het Koninklijk Huis helemaal in het wit gekleed. Liep ook wel met een draaiorgeltje. De jongens
    riepen hem na: "Ping pang, voor stuver klimt de beer inne boom”. Had een mooie Franse naam. Waarschijnlijk
    dachten daardoor vele Leeuwarders dat hij van adel was.
 

     Panlatte, De: Een msgere sjouwerman bij Koopmans Meelfabrieken. Ook wel De Panprikke genoemd.

     Panprikke, De: Zie De Panlatte.

     Pantserwagen, De:

     Pantsje Koffie: Echte naam S.G. Bos. Deze zwerversfiguur woonde in het Keizersbuurtje, die aanbelde en dan
    "een pantsje koffie" vroeg. Stond de smaak van de koffie hem niet aan, liet hij het “pantsje” vallen en slofte weg.

     Papegaai, De: Ook wel als De Truienkoning en De Vingerbieter aangeduid. Een kleurrijk figuur, die zich altijd
    bont gekleed op straat vertoonde. Woonde in de Houtdwarsstraat waar de buurvrouwen er aardigheid aan hadden
    truien voor hem te breien - zij voorzagen hun werkstukken rijkelijk van kleurige lapjes. De Papegaai leefde van
    1880 tot 1970.

     Pappa, De: Was een onderwijzer.

     Pastoorke, Het: Echte naam Gerrit Flisijn, een borstelmaker uit de Haniasteeg, die ook bekendheid kreeg door met
    deelnemerslijsten te venten bij sportwedstrijden. Omdat hij dus vlakbij de Harmonie woonde kon men (als men niet
    in de rij wilde staan) hem vragen om kaartjes te kopen. Zijn broer Hendrik werd De Blubber genoemd.

     Pastoorke, Het: Een grondwerker werd eveneens Het Pastoorke genoemd.

     Pater Arie: Zie: Geef mie de jas.

     Patterarie: Zie: Geef mie de jas!

     Paus, De: Was een onderwijzer.

     Paus van Leeuwarden, De: Ook: Paus Elvis Evert I. Woont in de Noordvlietstraat.
    Op verzoek van Paus Elvis Evert I is de onderstaande tekst toegevoegd.

   
Evert Boersma, Paus Elvis de eerste van Leeuwarden laat weten dat hij naast zijn bekendheid van de televisie,
    man bijt hond, kopspijkers, omroepen Fryslân en Mercurius nu dus ook bekend is op internet.
    Hij geeft graag zijn zegen aan de wereld en speciaal aan de Friezen. Het mooiste land van de Aarde.
    Moge u troost vinden in Christus en God de Vader op voorspraak van de Heilige Franciskus zodat u in uw lijden
    en vreugde hieruit bemoediging kan putten.
    Vele zegenwensen toegewenst, Paus Evis de eerste van Leeuwarden. Pro petri-sede-rex-dei.

     Paus Elvis Evert I: Zie: De Paus van Leeuwarden.

     Peed fut: Voluit: Peed fut, (Paard weg) kar fut, alles fut. Zat in een café toen vrienden stiekem zijn paard en
    wagen verreden. Kort na het verlaten van het etablissement keerde hij terug met de tekst: "Peed fut, kar fut,
    alles fut..”

     Peedsje: Een succesvolle sportfiguur van voor de Tweede Wereldoorlog.

     Peerdebal, De: Werkte met de paarden van stalhouder Poelsma aan de Spanjaardslaan. En hij woonde in de Witte
    Kousenbuurt.

     Peerdekop, De: Ook: Jan Petat.

     Peerd sonder ribben: Een lange slappe vrouw, die aan het Pieterseliewaltje woonde.

     Peke de jeud: Echte naam Peke de Beer. Verkocht kalkenendjes (tabakspijpen) op de markt. Hij woonde aan de
    Groeneweg. Er werd van hem verteld, dat hij met steentjes marktgangers de pijpjes uit de mond wist te gooien en
    dan, wanneer de slachtoffers bij hem nieuwe pijp kochten, huichelde: "Die bliksemse kwajongens oek..." Tevens
    was hij toezichthouder op de Oude Joodse begraafplats aan de Groeneweg.

     Pekelharing, De:

     Pepermuntsjedokter, De
: Echte naam was Dokter W.F.J. Uffelie, werd ook wel Het Nachtpitje genoemd, omdat
    hij ook ’s nachts patiënten bezocht. Dokter Uffelie, deelde vaak pepermuntsjes uit aan kinderen. Ook bracht hij
    drankjes op smaak met pepermuntolie.

     Perkamenten Mantsje, Het: Een meneer met een rimpelig gezicht
  
     Petret, Het:

     Petroleum wiefke: Zie Anne met de gaffel.

     Peuter, De:

     Pieke de Visboer: Ventte met vis met een hondenkar. “Hij mafte soms oppe kar, mar de honnen brochten ‘em wel
    tuus”.

     Pien in ’t buukje: Zie Knopke vanne wandelstok.

     Piepeblazer, De: Echte naam Jan Peters. Woonde in de Poppebuurt. Had, op een klein karretje, een inrichting om
    tabakspijpen door te blazen.

     Pierke: Echte naam J. Jansma, leraar geschiedenis en aardrijkskunde aan de Gemeentelijke H.B.S. Gebruikte
    voortdurend in zijn betogen het stopwoordje; hen. Dit werd eens in de klas “geturfd” er werd tijdens een les van
    50 minuten 189 maal “hen” gezegt.

     Piet Baan: Werkte op de Wilhelminabaan.

     Piet Carnera:
Een “dubbel mantsje”, was bouwvakker van beroep.

     Piet Dief: Een onderwijzer aan de Mulo. Had na het plukken van een bloem uit een stadsparkje voor de
    natuurkundeles een proces-verbaal gekregen.

     Pieter Blikje: Kwam veel in een kroegje in de Haniasteeg. "Alles wat hij had was van blik".

     Pieter de Blazer:

     Pieter Lotje: Had een kruidenierswinkeltje in de Fabriekssteeg.

     Pieter Poeke:

     Pieter Segaar: Echte naam Pieter Hovinga, een vodden koopman aan het Zuidvliet. Rookte altijd een sigaar.
    Was in zijn jonge jaren ook als kaatser bekend.


     Pieter selden thuus:

     Pieter Siepel: De man van Vette Lolk.

     Pieter Siepel: Een kort, stevig en kwaad kereltje. Liep met een kar met siepels en vloekte verschrikkelijk. Hij
    schreeuwde: "Siepels, siepels, zalig zijn de doden in de  Heere, g.v.d." en "Wat Pieter docht, docht Pieter goed,
    wat Pieter wit, wit Pieter goed, hij docht gjin minske kwea, g.v.d.!"

     Piet in ’t Hol: Had een donker cafeetje aan de Weaze.

     Pietje patje poe: Stond met een dis met snuisterijen en een grabbelmand op de kermissen.

     Piet Marokko: Echte naam Piet Leij. Hij is geboren in 1901 te Kollum. Hij heeft in het Franse Vreemdenlegioen
    gediend. Nadat hij daaruit deserteerde streek hij in Leeuwarden neer.

     Piet Mat: Voornaam Haaye.

     Piet oppe hakken: Een sigarenwinkelier in Huizum.

     Pietsje met de honnekop: Ook: Pietsje van Lipkje. De vrouw van een Duitse straatmuzikant.

     Pietsje van Lipkje: Zie Pietsje met de honnekop.

     Piet Spuitwater: Echte naam Vermeulen. En geheelonthouder, een voorvechter uit de drankbestrijding. Deze
    bijnaam ging later over op zijn zoon Burgemeester Vermeulen.

     Pim: Leraar wiskunde aan Rijks H.B.S.

     Pim de Taartsjelikker: Werkte bij de banketbakkerij Groenewoudt.

     Pinkie: Echte naam Frans Veenstra, een bekende sigarenwinkelier, die o.a. aan de Voorstreek en op de hoek van
    de Koningstraat en de Voorstreek zaken heeft gehad. Figuur met veel ideeën.

     Pioentsje, Het:

     Pissum, Van: Heette Van de Wateren. Hij was Leraar Nederlands aan de Gemeentelijke H.B.S.

     Pius: Echte naam Witteveen, deze was procuratiehouder bij de Nationale Bankvereniging aan de Wirdumerdijk.
    Hij was een vroom katholiek, en werd Pius genoemd naar de toenmalige paus.

     Platneus: Zie De Buffel

     Platte, De:

     Pleebussel: Leraar Nederlands aan de Rijks H.B.S. Had een pruik als een pleeborstel.

     Pliesje belle: Woonde in de buurt van de Grote Kerkstraat en duldde geen auto's op het pleintje voor de
    Huishoudschool. Dreigde dan direct met: "pliesje belle"

     Pliesje Brandie: Een politieman uit Huizum.

     Ploontje: Een onderwijzer.

     Pluto: Een sjouwerman bij Foppe Huisinga aan het Zuidvliet.

     Podde, De: Een zwaarlijvige onderwijzer van de Julianaschool.

     Poekel 88: Zie: Nunne Pis.

     Poekie: Echte naam Piet van Kooten. Had een pukkelig gezicht.

     Poep: Was afkomstig uit Duitsland. Een verhuurder van handkarren.

     Poepappel, De: Echte naam Van der  Veer, een logementhouder aan de Boterhoek.

     Poepetsje Smeding:
Echte naam Sybelius Smeding, hij was pianostemmer. Hij is geboren in 1870 en woonde in
    de vierde Klanderijdwarsstraat no. 16.


     Poe Poe:
Ook wel De Blazer. Zie Hijgend Hert.

     Pofjenait: Echte naam Werdekker, een Groninger die een kroeg had in de Vijzelstraat. Hij zei dikwijls: "Ik pof ja
    nait!"

     Poot, De:

     Porseleinrijder, De: Maakte ritjes in zijn auto, terwijl hij achterin gelegenheid gaf. Moest voorzichtig rijden, anders
    ging het porselein stuk. . .

     Portieljevrouwtje, Het: Zie: Het Honnewiefke.

     Posleinen Kopke:
(Porseleinen?)

     Potloodsje Bosch:
Broer van Fogeltsje Bosch. Leraar tekenen aan de Gemeentelijke H.B.S.

     Prik, De:
Echte naam Bakker, een sjouwerman, die dikwijls zei: "Dat kanne je voor een prik krije". Woonde op latere
    leeftijd in de Molensteeg, in woning met de gevelsteen De Noteboom.


     Professor Bombarie: Vader van de bekende Bonne van der Zee. Lag met een scheepje in het Vliet, waar de
    aanduiding Professor Bombarie op stond. Was scharenslijper van beroep, maar stond ook de kermis met een tentje
    waar men op bussen kon gooien. Woonde later in de Eerste Rembrandtdwarsstraat.

     Proleet, De:

     Protter, De:

     Pruum, De: Ook: Klaas Pruum, Klaas Jut en De Jutter. Stak eens een enorme bal enorme bal pruimtabak in z'n
    mond.

     Pruum, De: Echte naam Bickbergen, een leraar die ook in de klas stond te pruimen.

     Puck, De: Echte naam De Weerdt, een leraar

     Pukjes, De: Ook De Pukken; oorspronkelijk rietvlechtsters uit Noordwolde.

     Pukken, De: Zie De Pukjes.

     Purk: Leraar aardrijkskunde aan de Rijks H.B.S. Een veel geplaagd man, die in het geheel geen orde kon houden.
    Wanneer het eens bij uitzondering stil bleef in de klas werd hij onrustig en begon hij te schreeuwen: "Er broeit hier
    wat!". Leerlingen konden hem straffeloos aanspreken als Purk.

     Pytsje Poes:

     Rachel in ’t oog: Zie Dove Marcus.

     Radja, De:

     Rafles: Iemand uit de Boterhoek.
  
     Rambam, De: Echte naam Ramkema, deze had een kroeg aan het Schavernek. Deze kocht in 1900 een koffiehuis
    met de naam Rambam. In 1916 verkocht hij het koffiehuis.

     Rammeneus, De: Een man uit de Sacramentstraat.

     Ramona: Een vrouw met zeer lang haar. De Jongens zongen: “Ramona, wat stink je weer naar boerekool."

     Ramplacanteslachter, De: Een slager, van wie werd beweerd, dat hij het afgekeurde vee van de veemarkt
    slachtte

     Rapeskieters, De: Lagen met een schip met koolrapen aan de Tuinen.

     Redhouse: Zie Rougemaison.

     Rembrandt: Een huisschilder; klein mannetje.

     Rembrandtsje: Echtenaam Klaas de Winkel. Heeft gewoond op Oldegalileen, in de Boterhoek in het Sint Jobsleen
    en in de Pijlsteeg op no.18). Hij was decoratie- en reclameschilder. Gedood bij een val op een Stanfriesboot.

     Resje: Een sigarenmakersjongen. “Aten thuis altijd restjes.”

     Reuzescheur I, De: Een prostituee

     Reuzescheur II, De: Woonde in de Amelandse straat Ook een prostituee, die 'altijd' met de handen over elkaar op
    de hoek van een steeg stond.

     Rienk de Bereknokker: Echte naam Rienk Koopal, nam het op de kermis op tegen 'een beer' die een man bleek te
    zijn. De beer werd gevloerd en smeekte om genade.

     Ries Poststroop: Echte naam Cornelis Stienstra., hij kreeg deze bijnaam omdat hij “altijd” over rijst en poststroop
    sprak. Hij was een harmonicaspeler uit de buurt van het Vliet. Hij werd een ontelbaar aantal malen geverbaliseerd
    voor het muziek maken zonder vergunning. Omdat hij een “raar” been had werd hij ook wel De slingerbiele genoemd

     Rike Breidster, De:

     Rinse de Lip: Een voerman bij Stalhouder Poelsma aan de Spanjaardslaan.

     Roek, De:

     Roest: Is eigenlijk geen “roepnaam” deze Leraar scheikunde aan de Rijks H.B.S., hete namelijk Roest Crollius. Kon
    aardig uit de hoek komen: “Ga jij maar in de beerput zitten belletjes blazen.”

     Roettoet, De: Zwaar invalide man, die zich voortbewoog in een fietswagentje met een hond er voor. Bijnaam zal
    wel zijn ontstaan door zijn nogal zwarte gezicht. Op hoge leeftijd weigerde hij zich te laten opnemen in een
    bejaardenhuis zo lang zijn beide honden geen goed onderdak hadden.

     Roet om 'e Tit: Een vrouw, die in de Weerklank woonde.

     Rood Geel Groen:

     Rooie David: Was leraar Frans aan de MULO in de Margaretha de Heerstraat. Hij was een van de laatste personen         Leeuwarden die zich bediende van een rijwiel-met-opstad. Hij verbleef elke zomer in Parijs.

    Rooie Hannes: Was boodschaploper voor karrijders. Verkocht ook wandelstokje op de kermis. Woonde aan het
    Hoeksterachterom.

     Rooie Jan: Ook wel Rooie Jentsje.

     Rooie Jentsje: Ook wel Rooie Jan. Echte naam Johannes Breedenbach. Hij werkte als pottenbakker bij Ties
    Dorama. Sprong onvervaard in het Vliet, wanneer er mensen te water raakten. Heeft velen het leven gered.

     Rooie Joris:

     Rooie Kees: Echte naam Kees van der Berg.

     Rooie Mienekes: Zie Mienekes.

     Rooie Mink: Beoefende het oudste beroep, o.a. in de Jan Mutskesteeg. Ze hield wel van “vuurwater” welke ze
    kocht bij het kroegje van Weerman op de hoek van de Weaze en de Blokhuissteeg.

     Rooie Sweitze: Een harmonicaspeler in de danszaal van Minze Pool in de Amelandsstraat.

     Rooie Thomas: Echte naam Thomas Diekstra, een agent van politie.

     Roosje: Roosje Cohen ventte langer dan zestig jaar op de veemarkt met geringe handelswaar als chocola, pinda's
    en potloden. Ook haar tweelingzuster Betje was als zodanig bekend. Roosje, die getrouwd was met Blauwe Hannes
     (Hannes van Dijk), leefde van 1881 tot 1958.

     Roppert, De: Een sjouwerman die bij Meelfabriek Fortuna aan de Harlingertrekweg werkte.

     Rothenhaus: Zie Rougemaison.

     Rot inne panne:

     Rotpoot:

     Rottebek, De:

     Rougemaison; Werd ook wel Rothenhaus of Redhouse genoemd. Heette Rodenhuis. Had een groentewinkel in
    de Grote Hoogstraat en was stamgast in het Oranjebierhuis. Als analfabeet dankbaar mikpunt voor grappenmakers.
    Talloze practical jokes staan beschreven in het boekje 'Rougemaison in het Oranjebierhuis'.

     Rubber Mantsje: Echte naam Sije Strijkstra, hij woonde in een doodlopend  steegje aan de Oostersingel. Hij
    omwond zich helemaal met fietsbanden, naar men zei, omdat zijn broer door de bliksem was getroffen. Werd ook
    wel als het Michelinmantsje aangeduid. Overleden in Nieuw Toutenburg toen hij al over de honderd was.

     Ruige Berend: Een koeiedrijver uit de Kalvergloppe; vaste klant van 't kroegje van Van Kleef

     Ruten Aas: Een burgemeester van Leeuwarderadeel, kreeg zijn bijnaam naar de vorm en de kleur van zijn neus

     Rijke bedelaar: Echte naam Van der Wal. Deze woonden in de Bredebuurt van de Fabrieksbuurt en ging met
    negotie langs de deuren.

     Sampie: Leraar biologie Rijks H.B.S.
 
     Schapemelker, De:

     Scheefnekje: Echte naam Willem Engelaar, deze speelde later in het vermaarde Schelviskoor van Sinnema. Dit orkest
    werd later ook wel aangeduid als het orkest vanSkeefnekje. Het hoofd van Willem stond een beetje scheef. Is in 1956
    overleden.

     Schele Jo: Leraar natuurkunde aan de Rijks H.B.S  “Was zo scheel, dat zijn leerlingen niet durfden te spieken."

     Schele Sietze: Een koetsier, die ook op de zespijper reed, het boevenwagentje met zes cellen. De jongens juichten:
    “Op 't naar 't Huus van Bewaring, Sietze ried weg!"

     Schoenmeijer: Echte naam Meijer, was schoenmaker van beroep en woonde in de schrans. Omdat er een paar huizen
    verder nog een Meijer woonde (met de bijnaam Kletsmijer) werd hij Schoenmijer genoemd.

     Schoner dan ooit: De knappe vrouw van een makelaar, die altijd kans zag er tóch weer mooier uit te zien.
 
     Schuurpapier: Echte naam Verschuur hij was hoofd van de Hofschool.
 
     Schoon genoeg:

     Sibbeltsje Blankebuuk:

     Sibren Hikkebiele:

     Siepelboer van Berlikum, De: Schreeuwde: “Laat de kinderkes tot mij komen."

     Sietske 't Bultsje: Haar vader had een klompenwinkeltje aan het Vliet. Sietske was altijd bij de klompen.

     Sikke Bol:

     Sikke de Kaetser: Ook wel Sikke de Kaets. Vader Sikke en zoon Jan Nieuwenhuis, gingen beide met deze bijnaam
    door het leven. Sikke Nieuwehuis was groenteventer van beroep. Zoon Jan was een bekende figuur uit vooroorlogse
    jaren. Vooral vrouwen waren nogal bang voor hem. Jan stond ook nog wel bekend als Dove Jan en Jan van Sikke.

     Simon Liter:

     Sire: Zie Koninkje Rond.

     Sjikkere Tol: Een baanveger die salmiak verkocht in een stalletje.

     Sjoeke schud uut: Een publieke vrouw die bij de veemarkt werkte.

     Sjoerd Duumke: Had een dubbele duim.

     Sjukeladen klutske, Het:

     Skapeskeerder, De: Was eigenlijk schoenmaker, maar ook barbier. Nam zijn gereedschap mee naar de kroeg.
    “Za'k die even skere?" Verdiende zo weer een stuver voor een borreltje.

     S
kele Kees, deze was Tamboer bij het 9e Regiment Infanterie.

      Skele Piet, deze was getrouwd met Snorrewiets.

     Skele Ynse: Vroeger schoorsteenveger in dienst van de gemeente. Vertelde zelf met enkele anderen een politie
    agent in het Vliet te hebben gegooid. ”He'k een jaar voor kregen."

     Skeuk, De: Echte naam Piet Sonnega, houder van het logement ‘De vliegende vlooi” in het Heer Ivostraatje; later
    aan het Sint Jobsleen.

     Skeukerige Johannes: ”Zeven broeken nog gien billen".

     Skieter, De:

     Skiethuuskeneuker, De: Ook wel Oetske Tit.

     Skip, Het: Ook Vergaan van ’t skip, Geertsje Zeeskip, Skip in nood en Kofferke. Echte naam Geertje Reitsema,
    geboren 17 augustus 1894 te Lichtaard, die erg opviel door het uitstoten van wonderlijke klanken. Haar ouders en
    een broertje zijn in 1920 op de Zuiderzee met een schip vergaan. Ging met negotie langs de deur.

     Skip in nood: Zie Het Skip.

     Skoegje:

     Skorre Wim: Boekhouder bij de Mooie Juf, alias Mooie Annie

     Skriemerige Albert: Een schipper met een “skriemerig” gezicht.

     Skries, De: Echte naam Gerrit Postma geboren 1889 overleden 1980. Hij was van beroep sjouwerman;  heeft in de
    Poort gewoond bij het Hoeksterachterom.

     Skrobber, De: Een timmerman.

     Skurft inne beerd: Zie Nunne Pis

     Skuunsmeer:

     Slanke Willem: Echte naam Willem Dijkstra. Een figuur die herhaaldelijk van het rechte pad afweek. Stal een koe
    op de veemarkt, maar ontkende voor de rechter: “Ik hew alleen mar een stukje touw vanne grond oppakt - kon ik
    het helpe dat er een koei an vast zat?"

     Slappe Douwe: Zie De Boeienkoning.

     Slingerbiele, De: Zie Ries Poststroop.

     Sloege Oeds:

     Sneeuwwit, chloor en kachelglans: Moeten twee vrouwen zijn geweest.

     Sneinse Stoel, De:

     Snelwipper, De: Een matador op het terrein van de sex.

     Snel wippend hoedsje: echte naam was van der Veen. Overbekende palfrenier bij huwelijken en begrafenissen.
    zijn vak bracht het herhaaldelijk lichten van zijn hoed met zich mee: snel wippend hoedsje.

    Snoekebek, De:

     Snoekekoppen, De:

     Snoek, De:

     Snoekje: Werkte als sjouwerman aan het Zuidvliet.

     Snorrewiets: Echte naam Sijtske Diekstra, ze was straatwiedster in gemeentedienst. Liep op oudere leeftijd altijd
    met de sleutel in de hand achter de muziek aan. “Wiets ma'k even op je fiets?" zong de jeugd, maar Wiets heette
    eigenlijk Siets en zij had geen fiets.. . Zij leefde van 1890 tot 1956. Ze was getrouwd met Skele Piet.

     Snot, De: Andere naam voor De Brievebus. Liep met de mond open en had een constant lopende neus.

     Snot oppe lip: Echte naam Age Miedema. Is met een van de Zeven skoonheden getrouwd.

     Soldatehoerke, Het:

     Speur, De: Zijn echte naam was Smit en hij woonde in de Weerklank

     Splinter, De: Voetbalde bij de Leeuwarder Boys.

     Splinter, De: Een, oorspronkelijk Haagse sigaren maker. “Die moest je tweemaal zien, voor ze hem zagen."

     Spiekerbak, De: Echte naam Jurjen Zeldenthuis, een figuur van de Boterhoek die zijn geiten liet grazen op het
    nog niet bestrate Oldehoofsterkerkhof

     Spoetnik, De: Een man van het spoor.

     Sporreld: Populaire bloemenkoopman Manus, die op maandagmorgen ook ventte met het blad De Sportwereld.
    Kondigde zijn waar luidkeels aan: “Sporreld! Sporreld!"

     Staande Pendule: De vrouw van Hoogendijk een brugwachter aan het Vliet. Ze werd De-Staande-pendule
    genoemd, omdat zij altijd met de handen in de zij stond, net een pendule. Een ander (ongeloofwaardiger verhaal
    zegt dat het de vader van Jentsje Tit was.

     Stammerige Meijer: Joodse voddenkoopman met de voornaam Meijer. Heeft op de hoek van de Nieuweburen en
    de Breedeplaats gewoond, waar hij onder de kamer konijnen in de kelder had. Er gaat een verhaal, dat kinderen er
    een kistje met zilveren guldens en rijksdaalders vonden toen het huis na de oorlog werd afgebroken.

     Stedemaagd, De: De vroegere stadsarchivaris juffrouw R. Visscher.

     Steentje: Echte naam Dirk Steenbergen, een bekende voetballer van Leeuwarden in de twintiger en dertiger jaren.

   
Stek: Toen Leeuwarden nog een garnizoensstad was paradeerden de soldaten op het Wilhelminaplein. En dan
    stond Stek daar met een handkar fruit, na de oefeningen bestormden de soldaten de kar om fruit te kopen. Zodra
    de soldaten weg waren dook Stek de kroeg in.

      Sterke Flud: Een schoenmaker uit de Amelandsestraat.

     Sterrekieker, De: Ook wel De Kienderlokker. Echte naam Hindrik (Henkie) Blanksma, hij werd in januari 1996
    vermoord.

     Stiekelsnor, De: Ook wel Durk Strieboer en de Strieboer. Een koeiendrijver met een grote snor.

     Stille Omgang, De: Zie: De Dag- en Nachtopzichter.

     Stille Pieter: Echte naam mogelijk Brandsma.

     Stopnaald, De: Echte naam Klaas Neuyen, een lange slanke figuur uit het Naauw; liep zo recht als een stopnaald.
    Hij was boekhouder bij Taconis.

     Stotteraar, De: Werd veel gezien in het gezelschap van De Mosterdpiel.

     Striebel, De:

     Strieboer, De: Zie De Stiekelsnor.

    
Stukkene Stoel: Echte naam Roelfsema, een voetballer.

     Stur: Ook wel Jow mar in stur. Echte naam Idanus Hendrikus Arzoni, geboren in Leeuwarden op 6 augustus 1831,
    overleden te Leeuwarden op 13 augustus 1904, is ergens buiten dood aangetroffen op een bank. Een tragisch aan
    lager wal geraakte burgerman, die eerst in de Groeneweg een bloeiende zaak in barometers dreef. Werd door een
    bloedverwant financieel geruďneerd en leidde verder een zwerversbestaan. Kwam met negotie aan de deur en zei,
    wanneer men niets wou kopen: “Jow mar in stur”.

    Stuvershoerke, Het: Was notabene - een man.

     Sulveren Manus:

     Sundagse Stoel:

     Suugje, Het:

     Suup met suker:

     Swaantje met de verbrande billetjes: Kreeg haar bijnaam na een val in een teil met kokend water. Verkocht
    'plakkerige' sinaasappels voor een cent. Woonde in de Amelandsstraat.

     Swat geel: Echte naam Willem Onclin. ”Was altijd swat en geel om het hoofd. Bekende figuur, die zich graag
    aanbood om op auto's en fietsen te passen. Beter bekend als Willem of Swatte Willem. Overleden in Franeker.

     Swatte, De: Leraar lichamelijke opvoeding Rijks H.B.S.

     Swatte Hanke: Zie Bilde Ritske.

     Swatte Henny: Een groentehandelaar met een pony, die veel bij hem in de kamer kwam. Hij was geboren in
    Alkmaar.

     Swatte Pang: Zie Pang.

     Swatte Sjerk: Ook De Buffel. Woonde aan het Zuidvliet.

     Swatte Tines: Was gehuwd met Lydia Bom.

    
Swatte Trien: Woonde in de Wolvesteeg.

     Swatte Willen: Zie Swat Geel.

     Swatte Willemien: Had een water- en vuurwinkeltje naast het Hofje Goosen aan de Boterhoek.

     Sybren Moskou: Echte naam Sybren Bosch, deze woonde aan het Zuidvliet in een pand op de plaats waar nu de
    Bote van Bolswertstraat op het Vliet uitkomt. Hij diende in het leger van Napoleon, en was daarmee tot in Moskou
    geweest. Tevens ging het verhaal dat hij schatrijk terug was gekomen, zijn woning stond daarna bekend als “Het
    Gouden Huuske”.

     Sije Pude:

     Taartsjevreter, De:

  Taartvergiftiger, De: Echte naam Johannes J. Beek. Probeerde in 1910 ene Markus te Hoorn te vergiftigen,
    doormiddel van een taart bestrooid met arsenicum. Mevr Markus overleed hieraan, Beek kreeg in 1911 levenslang
   Overleed in de Leeuwarder gevangenis en is begraven op de Spanjaardslaan Afd.4a rij 1 graf 52.


   Talhoutsjeschippers, De: Lagen met een scheepje in het Vliet kapten talhoutjes op de wal.

    Tamboer: Een glazenwasser.

     Tamme Rot: Een auto koopman aan de Oostergrachtwal

     Tango, De: Woonde op de hoek van de Haniasteeg en het Ruiterskwartier. Een klein kereltje; zat met de
    mattenklopper de jeugd achterna.

     Tante Bet: Zie Galge Bet.

     Tante Lels: Een lerares aan de Meisjes H.B.S. Zij was getrouwd met Bennie leraar biologie aan de Rijks H.B.S

     Tante Ré: Echte naam Mej. Dr. van der Meulen, een lerares biologie aan het Stedelijk Gymnasium.

     Tante Rens: Echte naam Mej.Rens Douma een lerares geschiedenis aan het gymnasium.

     Teppie:

     Theepantsje, Het: Woonde bij Franeker Bet in omgeving Hoeksterpad, “Schonk jenever in een theepantsje."

     Tientantelogie:

     Tien over tien: zie Tien voor twee.

      Tientantelogie:

      Tien voor twee: Andere aanduiding voor Tien over tien? Opvallend lange begrafenisbode, die met z'n voeten altijd
     dezelfde tijd aanwees: tien voor twee, of, zo men wil, tien over tien. . .

     Tiet Snakje: Zuster van Naddus Poep. Woonde aan het eind van het Vliet. Had thuis een varken in de bedstee.

     Tiger, De: Was een vrouw uit de Amelandsestraat.

     Tines met de tasjes:

     Tit, De: Een broer van De Zak.

     Tjerk Springer: Een sjouwersman, geboren in 1819. Deze moet eens het waagstuk hebben uitgehaald door over
    het Naauw te springen.

     Tjerk Springer: Echte naam Tjerk Voordewind. Deed eens mee aan een hardloop wedstrijd, de finish was bij het
    Verlaat (aan het eind van de Willemskade). Tjerk lag op de tweede plaats, toen hij zag dat men, om de finisch te
    bereiken, over een plank moest lopen. En daar pasten geen twee personen gelijktijdig op. Dus sprong hij over de
    sloot en won de wedstrijd.

     Tjip Tjap:

     Tjisse Knoest: Echte naam Tjisse Kamstra kwam uit Dokkum, waar een bijnaam overging van vader op zoon (zijn
    vader had een afwijking aan zijn hand). Hij woonde op een woonscheepje in de Bonkevaart, bij Snakkerburen.
    Vermoord in zijn woonscheepje in de nacht van 27 op 28 augustus 1945. Deze moord is nooit opgelost.

     Toetemelk:

      Toewan Pienter: Echte naam Wietze Friso, een kaaskoopman die in Nederlandsch Indië was geweest. Adverteerde
     bij terugkomst in Leeuwarden met deze naam.

     Toon met de poot: Een metselaar uit de Haniasteeg.

     Toppie: Een sloper.

     Touwmeijer: Zie Kletsmeijer.

     Trien Bokkesskip:

     Trientsje haver inne billen: Woonde aan de Nieuweburen.

     Trien met de lip: Woonde in de Boterhoek. De vrouw van Jelle-met-het-neuske.

     Trien Poppelap: Ook: De Blonde Lady. Een vroegere caissičre van Gerzon: Een uitgesproken Parissiene; ging
    met de mode mee.

     Trientsje over de hoed: Placht over haar hoed te springen, voor welke verrichting zij dan een paar centen kreeg.
    Moet zijn doodgereden op de paardenmarkt in Buitenpost.

     Trientsje de Bolkoerrinster:

     Trije druppen: Kwam heel vroeger in het kroegje van Appeldoorn aan het Vliet: “Moat even trije druppen ha”.

     Trui: Was een prostituee.

     Truienkoning, De: Ook wel De Papegaai en De Vingerbieter, Zie De Papagaai.

     Tsjieng boem: Voluit: Tsjieng boem Tinus inne mast.

     Tsjieng boem Tinus inne mast: Zie Tsjieng boem.

     Tureluur, De:

     Turfbriefje: Deze had een snoepwinkeltje op de hoek van het Bagijneklooster en de Kalksteeg. “Verkocht heerlijke
    spinnekoppen voor een cent”.

     Tuunpliesje, De: Echte naam C. Fetter. Deze kleine agent van politie was aan het eind van zijn loopbaan wachter
    in het Rengerspark. “Pliesje Fetter gaat voor alle jonges oppe kletter.”

     Twee Sneetjes, De: Twee zusters, (Dochters van een café exploitant).

     Typemachine, De: Echte naam Bauke Jagt, een volkomen verpauperde schrijver van (15) kinderboeken. Hij was in
    1929 (in Drente geboren, en overleed in Franeker in 1982). Hij sprak graag over zijn (kapotte) elektrische typemachine
    Woonde aan het Zwitserswaltje.

     Ulebauk: Zie Aafke Plattekoek.

     Uppie: Echte naam G. Jeelof, hij was leraar aan de Gemeente H.B.S., hij werd zo genoemd omdat hij klein van stuk
    was.

     Uul, De:

     Uuthangbord, Het: Zie De Luxe Kurketrekker.

     Valse kwatsje, Het: Een dame van de Wirdumerdijk, die in haar jeugd veel op koningin Wilhelmina leek, zoals die
    was afgebeeld op een (echt) kwartje.

     Van Pissum: Echte naam Van Wateren, deze was leraar aan de Gemeente H.B.S.

     Veger en blikje: Was een timmerman met altijd een veger en blikje in zijn gereedschapskist. “Die mutte we hewwe,
    zeiden de vrouwen, hij houdt de boel netsjes skoon”.

     Vergaan van ’t skip: Zie Het Skip.

     Vergeet mie niet, De: Een handelaar in bloemen, hij woonde bij de moeder van de Kelderrotten.

     Vernikkelde neger, De: Was in de dertiger jaren fietsenoppasser bij het postkantoor.

    Verskoven vierkant, Het: Een sigarenmaker; was niet helemaal recht van lijf en leden.

     Verslagjesdief: Bijnaam die een sportverslaggever zich verwierf in de kringen van Deining en Frisia.

     Vetpanne, De: Een onderwijzer van de Leeuwarder Schoolvereniging, die een zwarte bolhoed droeg.

     Vette Lolk: De vrouw van Pieter Siepel.

     Veulentjes, De: De zoons van het Witte Peerd.

     Vingerbieter: Zij was gehuwd met De Bongel.

     Vingerbieter, De: Ook wel De Papegaai en De Truienkoning, Zie De Papagaai.

     Vlampiep, De: Stond veel bij het station om pakjes weg te brengen. “Pakje drage meneer?” – “Fiets even
    vasthouwe meneer”.

     Vlugge Johannes: Deed of hij dronken was en in de sloot zou lopen. “Hij loopt het water in!” schreeuwden
    angstige mensen. Maar. . . dan sprong hij er overheen.

     Vrouw Makkum: Echtenaam Gutman, ze was afkomstig uit Makkum. De vrouw van een lijnbaansknecht uit de
    Boterhoek.

     Vrouw Plattekoek: Zie Aafke Plattekoek,

     Vrouw snorke:

     Vrouw zonder schaduw, De: Nogal aan de tengere kant.

     Wakend Oog. Het: Een schilder; vriend van het Leipend Oog. Voetbalsupporter van Cambuur.

     Wandelende Fakkel, De: Echte naam Stoett, brandstichter die na verschillende branden ettelijke jaren gevangeni
    opliep. Had ook geruchtmakende brand aan de Tuinen in 1939 op zijn geweten. Een officier van justitie schonk hem
    zijn bijnaam.

     Wante Geertsje: Woonde in de Kalvergloppe. Breidde altijd maar wanten.

     Was, De: Bekende voetballer bij Frisia.

     Waspik, De: Echte naam Waslander, deze was eigenaar van een horecabedrijf aan de Groningerstraatweg, bij
    Werkmanslust. (Later de Sambrinco’s)

     Wat en half wat: Spiritusdrinkers: “Altijd driftig, altijd ruzie”.

     Weerhaantje, Het:

     Wiepie de Navelkoning: Zie Duumke.

     Wietske de Tipgeefster: Een kelnerin in een zaak aan de Weaze. Gaf de klanten een tip met welke meiden iets |  
    viel te versieren.

     Wietze de Lieger: Had altijd een sterk verhaal.

     Willem: Zie Swat Geel.

     Willem Boekje: Echtenaam Willem van Wieren, boekhandelaar in de Peperstraat, was een neef van Klaas Klokje
    horloger in de Peperstraat.

     Willem de Lieger: Werkte bij de gemeentereiniging. Kon verschrikkelijk fantaseren. Vertelde een verhaal over het
    vissen: “Klein visje gevangen, te klein, weer in ’t water – daarna grote vis gevangen, wel meter lang, te groot,
    weer in ’t water terug. . .

     Willem de Zwijger: Een sjouwer.

     Willem Ries: Lag in een schip aan de Nieuwekade. Een man met een zeer dik hoofd en dikke benen, “Woog wel
    driehonderd pond”.

    Wimpie Das: Een voetballer bij de Leeuwarder Boys.

     Witkalkmantsje, Het: Ook de Mooimaker. Echte naam Atema, liep met een karretje witkalk. “Klap het mar tegen
    de muur an, het wudt er so mooi van”.

     Witte Jan: Echte naam Jan Lemstra, geboren op 26 november 1949 en overleden 17 juli 2001.

     Witte Peerd, Het: Was bij de cavalerie geweest, waar hij een wit paard had. Vader van De Veulentjes.

     Wouda vansels: Zie Fansels.

     Wu da’k een gulden had: Beter bekent als Bonne, echte naam Bonne van der Zee. Zie ook Bonne Poeske.
    
Sprak in de buurt altijd van ijssalons graag minder of meer bekenden aan; “Wu da’k een gulden had.” “Waarom
    Bonne?” “Kon ‘k een ijsco lope”. Populaire figuur, die jaren in Praktische Hulp, later De Terp, heeft gewoond. Er zijn
    vele anekdotes van hem bekend. Eens trad hij het kantoor van de directeur van de terp binnen, die juist druk bezig
    was meet een enorme stapel paparassen. Bonne overzag de situatie kritisch en zei toen: “Doest dat nou liever dan
    werke?” Bij een adres in de Goudenregenstraat mocht hij ieder week een kwartje halen. Op een dag toen het
    echtpaar zich moest haasten om de stadsbus te halen kwam Bonne net het hekje binnen op zijn donatie op te eisen.
    “Nou Bonne”, zei meneer, “volgende keer maar dubbel, we hebben nu geen tijd”. Waarop Bonnen onmiddellijk
    verontwaardigd reageerde met: “Maar daar kannen we g.v.d. niet an beginne”.

     Wuttelkoning, De:

     Wybe Dropke: Drogist De vries in de Peperstraat, zat naast Klaas Klikje.

     Yde Flap: Een jonge kerel die veel in de omgeving van de Boterhoek werd gezien.

     Yme Terpbaas: Woonde bij het Jelsumer binnenpad, waar hij een koemelkerij had.

     Zak, De: was een broer van De Tit.

     Zeven Schoonheden: Dit waren zeven “oerlelijke” zusters, één van deze zeven schoonheden was getrouwd met
    Snot oppe lip.

     Zuurkoning: De: Echte naam Hartog Cohen, een joodse koopman, die ook jaren op de markt heeft gestaan.
    “Niemand verkocht zulke heerlijke zure bommen als hij”. Hij woonde in de Speelmansstraat. Op 11 december 1942
    (met zijn vrouw Kaatje Feitsma) te Auschwitz vermoord.

     Zwarte Kardoes: Echte naam Nauta, een onderwijzer aan de Ruyterschool. Had een zwarte baard.

     Zwijntje, Het: Onderwijzeres Frans aan de Muloschool op de Wissesdwinger.

Top

 

© Oud Leeuwarden 2004 - 2007